Met de kennis van nu

Sinds de bijna-kabinetscrisis over het Irak-rapport van de commissie-Davids wordt er wat afgelachen om de woorden „met de kennis van nu”. Premier Balkenende gebruikte die formulering in een brief aan de Tweede Kamer om zich te redden uit de netelige situatie waarin hij verzeild geraakt was door zijn eigen gepikeerde eerste reactie op het rapport.

Kabinet verwart in kwestie-Irak politieke positiemet gevoelens

Gelet op de context van die dolle crisisdag bijna een maand geleden was die hilariteit begrijpelijk. Maar strikt genomen is er niets mis mee om met de kennis van nu vast te stellen dat er voor de invasie in Irak een „adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest”, zoals de premier onder druk van een breuk met coalitiepartner PvdA toen schreef. Want wie een beroep op de kennis van nu bespottelijk vindt, schaft de historische wetenschap af. Geschiedschrijving is immers altijd een combinatie van bronnenonderzoek naar de kennis van toen en interpretatie met de kennis van nu.

In zijn echte reactie op het rapport, vervat in een brief die gisteren aan de Tweede Kamer is gezonden, trekt het kabinet deze notie door naar een paar staatsrechtelijke conclusies. Zoals was te voorzien na de babylonische spraakverwarring tijdens de quasicrisis, maakt de regering een onderscheid tussen het „huidige” kabinet en de „toenmalige” kabinetten.

Dit onderscheid tussen toen en nu heeft gevolgen voor de ministeriële verantwoordelijkheid jegens de Kamer. Volgens de regering is die primair met het ambt verbonden. Een juiste nuancering. Een nieuwe minister moet de Kamer informeren, ook over zijn voorganger. En als hij een lijk in de kast vindt, moet hij dat opruimen. Zo niet dan wordt het zijn politieke lijk. Zonder die overdracht van verantwoordelijkheden zou elke machtswisseling op een soort revolutie uitdraaien. Maar dat wil niet zeggen dat het huidige kabinet nog steeds verantwoordelijk is voor de politieke steun aan de oorlog in Irak. Dat besluit is ooit genomen, niet terug te draaien en dus geschiedenis. In zijn brief kondigt het kabinet een aantal maatregelen aan om herhaling te voorkomen. Meer kan het nu niet doen.

De centrum-linkse oppositie deed gisteren pogingen dit onderscheid te bagatelliseren. Politiek komt het haar beter uit als er sprake zou zijn van een ongebroken continuïteit tussen 2003 en 2010. Maar die redenering snijdt geen hout.

De eerste kabinetten van Balkenende baseerden zich op andere coalities in het parlement en andere meerderheden in de samenleving dan het huidige. Het is het wezen van een democratie dat beleid, zeker na verkiezingen, veranderen kan. Dat is in 2007 gebeurd. Of Balkenende die cesuur als premier kan vertolken, is een andere, politieke, vraag.

Het kabinet schrijft dat betrokkenen het rapport-Davids met hun eigen „persoonlijke beleving en herinnering” lezen en beoordelen. Deze zin getuigt wellicht van psychologisch begrip maar is in strijd met de eenheid van regeringsbeleid. Wat de huidige ministers al dan niet voelen, mogen ze thuis bespreken maar niet in een beleidsbrief over hun politieke en ministeriële verantwoordelijkheid.