*

commentaar » Balkenendes oorlog :: nrc.nl

Balkenendes oorlog

Premier Balkenende staat serieus voor de vraag of hij in functie kan blijven na de keiharde en heldere conclusies die de Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak (de commissie-Davids) vanochtend heeft gepubliceerd.

Premier staat voor afweging of hij in functie kan blijven

Nederland blijkt in 2003 politieke steun te hebben verleend aan een oorlog zonder dat de minister-president zich daar aanvankelijk mee bemoeide. Hij gaf „weinig of geen leiding aan de debatten over de kwestie-Irak; hij liet het Irak-dossier geheel over aan de minister van Buitenlandse Zaken”, noteert de commissie-Davids.

Een premier die afzijdig blijft als zijn kabinet staat voor zo ongeveer de zwaarste beslissing die denkbaar is, deelname of steun aan een oorlog, stelt de verkeerde prioriteiten. Ook al moest hij in het post-Fortuyn-tijdperk leidinggeven aan een van de meest bizarre naoorlogse kabinetten: dat van CDA, VVD en LPF. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, De Hoop Scheffer – CDA’er, net als Balkenende – stelde het beleid inzake Irak vast en deed dat aanvankelijk niet alleen zonder bemoeienis van de premier, maar ook zonder de minister van Defensie, Korthals (VVD), te raadplegen.

Het rapport van Davids laat zien dat Buitenlandse Zaken van meet af aan koos voor de ‘Atlantische lijn’: steun aan de Amerikaans-Britse positie, die leidde tot de bezetting van Irak, en dat daaraan vervolgens alles ondergeschikt werd gemaakt. Dat gold bijvoorbeeld voor de volkenrechtelijke legitimatie voor de inval, de informatie die inlichtingendiensten aandroegen en de rapportages over de wapeninspecties. De commissie laat er geen twijfel over bestaan dat de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN geen ruimte boden voor militair ingrijpen . „Daarmee ontbeerde de militaire actie een adequaat volkenrechterlijk mandaat.”

Het rapport is zeer pijnlijk voor Balkenende en werpt nieuw licht op diens lang volgehouden weigering om een onderzoek te laten doen naar de redenen van de politieke steun die Nederland aan de militaire acties in Irak gaf. Het laat ook zien hoe dominant, beter gezegd eigengereid, het departement van Buitenlandse Zaken in deze kwestie optrad en trouwens ook hoe het parlement zich dit liet overkomen.

Het blijkt zelfs dat het kabinet de Eerste en Tweede Kamer niet volledig heeft geïnformeerd. Zo constateert de commissie dat de inlichtingendiensten AIVD en MIVD „nauwelijks over zelfstandig ingewonnen informatie” beschikten over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak en overigens voorzichtiger waren met hun informatie daarover dan de ministers aan de Kamer vertelden.

Voor zover er voor Balkenende positieve conclusies te trekken zijn uit het rapport van Davids c.s. van vandaag dan zijn dat de bevestigingen dat Nederland niet militair heeft deelgenomen aan de inval in Irak en dat De Hoop Scheffer zijn benoeming tot secretaris-generaal van de NAVO niet aan de Nederlandse steun daarvoor heeft te danken.

Maar daarmee houdt het op. De premier van het intussen vierde kabinet-Balkenende verkeert in politiek zwaar weer.