AIVD: geen gezicht
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) liet in 2005 het hoofdkantoor in Zoetermeer renoveren. Dankzij de ‘regeling beeldende kunst’ kan een percentage van de bouwsom van rijksgebouwen worden besteed aan een kunstwerk. Doorgaans wordt dat een opdracht voor een sculptuur, muurschildering of ander kunstwerk ter versiering van het pand. De AIVD reikte verder, met een verlangen naar een kunstwerk dat de dienst van een „menselijker gezicht” zou voorzien. In dit voorstel zat de mislukking ingebakken. Een geheime dienst heeft per definitie geen gezicht.
Jill Magid kreeg de opdracht. Goed idee. Deze jonge Amerikaanse kunstenares had bewezen te kunnen werken in de schoot van min of meer gesloten organisaties, zoals de AIVD dat ook is. Ze maakte haar bekendste productie, de multimedia-installatie Evidence Locker (2004), met het beveiligingsbedrijf dat in Liverpool het cameratoezicht in de stad regelt. Daarvoor stelde Magid zich een maand lang bloot aan die camera’s, en dwong de agenten die haar begluurden een intieme relatie af.
Magids kunstwerk voor de AIVD is af. Een deel was te zien in Den Haag: een tentoonstelling van grote, kleine en in neonbuizen vervatte woorden, ontlokt aan achttien spionnen van de AIVD. Samen vertegenwoordigden ze het collectieve ‘gezicht’ van de dienst. Maar het slot van het project wordt nu geëxposeerd in Londen, in het museum Tate Modern. Het is het enige exemplaar van de roman die Magid schreef over haar persoonlijke ervaringen. Het boek, dat de AIVD heftig wilde censureren, ligt als de schijndode Sneeuwwitje te kijk in een glazen kistje. Te zien, maar onbenaderbaar. Magid nodigde de AIVD uit het te komen confisqueren en de dienst heeft aangekondigd het inderdaad te komen ophalen. Men kan niet ontkennen dat Magid zich strikt aan de regels heeft gehouden. Maar dit was de bedoeling niet.
De kwestie doet denken aan het portret dat Sjoerd de Vries in 1971 schilderde van een ex-burgemeester van Leeuwarden. Omdat de man vond dat De Vries zijn oren te groot had afgebeeld, verbood hij openbare vertoning. Het schilderij verdween uit het zicht, maar weg was het niet. Het bestond nu, behalve uit verf en doek en De Vries’ kunstenaarsschap, ook uit de luidkeelse afkeuring van de afgebeelde burgemeester, en daarover wordt nog altijd bericht.
Een goede kunstenaar bewaakt zijn autonomie, die is de levensverzekering van zijn werk.
Magid levert haar kunstwerk uit aan de AIVD en lijft die dienst dusdoende in. De AIVD veranderde tussentijds de regels, knaagde aan Magids autonomie, en zit nu opgesloten in haar project dat daarmee des te veelzeggender wordt. Magids werk zal worden opgeborgen in de archieven van de Nederlandse regering. Daarmee is het niet geneutraliseerd. Je kunt kunstwerken verbannen, maar je krijgt ze niet weg. Hun geschiedenis neemt de fakkel over.
Dankzij de AIVD is Nederland een interessant, steeds veelzeggender kunstwerk rijker.


