Het verleidelijke gas
Nederland wil aanschuiven bij de ‘GASPEC’, zoals het Forum van Gas Exporterende Landen naar analogie van het oliekartel OPEC in de wandelgangen heet. Minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) ambieert een waarnemerstatus, omdat ze een vinger aan de pols van dit ontluikende gaskartel wil houden. Nederland zou dan, na Noorwegen, de tweede Europese natie worden bij het forum dat wordt gedomineerd door landen als Rusland, Indonesië, Iran, Libië en Venezuela.
In de wereld van het aardgas spreekt Holland een woordje mee. Dat doet Nederland al een halve eeuw.
Vandaag begint in Groningen een drie maanden durend feest om te vieren dat op 22 juli 1959 bij Slochteren een aardgasbel werd aangeboord en de exploitatie ervan een vlucht kon nemen.
Vrij snel werd duidelijk hoe ingrijpend dit was. „Mien, aardgas is nu eenmaal heter”, was de ‘running gag’ van Wim Kan in zijn oudejaarsconference van 1963. „Wat een land, wat een land, waar dat allemaal maar kan. Twaalf miljoen oliebollen dansen in de pan”, zong de cabaretier.
Dat was een profetisch refrein. De afgelopen halve eeuw is inderdaad veel mogelijk geworden dankzij de aardgasbaten, die de schatkist tot nu toe in totaal ruim 211 miljard euro hebben opgeleverd. Tot de oprichting in 1995 van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is het leeuwendeel van dit gasgoud niet gestoken in infrastructurele investeringen, maar in meer consumptieve bestedingen. Volgens recente berekeningen is bijna een kwart ervan besteed aan sociale zekerheid en eenvijfde aan openbaar bestuur en veiligheid. Ook de rente op de staatsschuld en onderwijsuitgaven werden jarenlang uit de gasbaten betaald.
In 1975 werd 10 procent van de begroting gedekt door aardgasbaten. Sindsdien staat deze disbalans nationaal bekend als ‘potverteren’ en internationaal als ‘Dutch disease’.
In retrospectief is die verspilling onbegrijpelijk. Al is niet al het geld verspild. Onderwijs is misschien geen fysieke, maar wel een geestelijke infrastructuur. Ook de stormvloedkering in de Oosterschelde, bewonderd als een achtste wereldwonder, is dankzij de gasexploitatie tot stand gekomen.
Nog opmerkelijker is het dat de oprichting van het FES niet heeft geleid tot een fundamentele ombuiging. Volgens onderzoek van De Nederlandsche Bank gaat maar een kwart van de aardgasbaten naar dit fonds, dat er bovendien niet altijd mee doet wat formeel moet, en slechts 30 procent naar aflossing van de staatsschuld. Een vermogenfonds, naar Noors voorbeeld, zou uitkomst bieden. Naar verwachting zou daarin nog voor maximaal 200 miljard euro kunnen worden geïnvesteerd, voordat het gas in de grond op is.
Maar ook dan is discipline niet gegarandeerd. De GASPEC, waar Nederland zijn oor te luisteren wil leggen, is niet alleen een ontluikend kartel, maar ook een club waarin de ‘Dutch disease’ welig tiert. In Rusland en Venezuela zijn de gasfondsen nu potjes waarmee ongebreideld politiek wordt bedreven. Zeker in crisistijd is het hemd nader dan de rok.
Lees hier meer over de gasbaten van Slochteren


