Machtsstrijd in Iran

Ayatollah Khamenei, de eigenlijke leider van Iran, heeft zich in een hard gevecht om de macht gestort. Binnen een etmaal na de presidentsverkiezingen van vrijdag heeft hij zich, door zittend president Ahmadinejad met diens zege in slechts één ronde te feliciteren, gekeerd tegen ex-premier Mousavi, de enige uitdager van betekenis.
Sindsdien is het onrustig. Het staatsapparaat laat weinig middelen onbenut. Na een weekeinde van protest, waar politie en knokploegen met arrestaties en knuppels optraden,  is vandaag een verbod afgekondigd op betogingen tegen de „frauduleuze verkiezingen”, zoals de oppositie ze typeert.

Mousavi heeft reden om te denken dat er is gesjoemeld. De combinatie van de ongekende snelheid waarmee de uitslag  werd bekendgemaakt, plus de steun van de geestelijke leider aan de zittende president, rechtvaardigt twijfel. Zoals vaker bij gemanipuleerde verkiezingen verschuilt de fraude zich niet in het totaalresultaat, maar in het laatste tiental procenten. Ahmadinejad zou  bijna 63 procent van de stemmen hebben gekregen, tegen 34 procent voor Mousavi. Dit verschil is onwaarschijnlijk groot na een verkiezingscampagne, waarin een felheid en openheid aan de dag werden gelegd die in Iran zelden is voorgekomen.
Ook een opkomst van 85 procent wijst in die richting. De jeugd heeft zich, anders dan bij vorige verkiezingen, nu wel laten engageren voor een gang naar de stembus. Ahmadinejad  heeft een serieuze achterban – zeker bij de lagere klassen die weinig profijt hebben van de inkomsten uit de energie-export – die wel oor heeft voor de retoriek van de ex-burgemeester van Teheran. Voor middenklasse en jongeren was juist Mousavi de metafoor voor verandering. In een land waar twee derde van de kiezers jonger is dan dertig jaar, is twee derde van de stemmen voor Ahmadinejad  een bovenaards mirakel.

Mousavi heeft bij de Raad van Hoeders, het hoogste juridische orgaan in Iran, beroep aangetekend tegen de uitslag. Dat is een verstandige stap . Via de straat komt hij niet snel aan de seculiere macht, los van de vraag of zo’n omwenteling niet op hetzelfde zou neerkomen als de gemanipuleerde verkiezingszege van Ahmadinejad.  De internationale gemeenschap kan Mousavi ook niet anders dan verbaal helpen. Iran is op weg een atoommacht te worden, waarmee rekening moet worden gehouden, wie er ook president is. Serieuzere interventies van VS en EU zijn daarom niet te verwachten.
Maar de belangrijkste reden waarom deze tactiek zinvol is, is het feit dat er in Iran nu sprake lijkt te zijn van een machtsstrijd binnen de elite die sinds de islamitische revolutie van 1979 aan de macht is. De protesten op straat zullen wellicht in geweld worden gesmoord, net als in 1999 toen de studenten zich roerden. In de coulissen gaat de strijd echter door.

De betogers hebben dit weekeinde met gevaar voor eigen lijf en leden uiting gegeven aan hun weerzin. Dat schept lucht. Maar als Mousavi bressen kan slaan in het front van het establishment, is er in Iran nog meer gewonnen.

Lees hier meer over het protest in Iran en de maatregelen van de regering.