‘Dienstbare’ omroep

De Mediawet bevat een duidelijke bepaling voor de publieke omroep:  „Instellingen die zendtijd hebben verkregen, zijn met al hun activiteiten [...] niet dienstbaar aan het maken van winst door derden.”  En toch blijken diverse omroepen en programmamakers zich noch aan deze wet, noch aan de eigen gedragscode te houden, zo bleek afgelopen zaterdag uit een een publicatie in NRC Weekblad.

Minister Plasterk (Media, PvdA) is daarvan zodanig geschrokken dat hij van het Commissariaat voor de Media binnen twee weken opheldering wenst te krijgen.

Bibaboerderij  van de TROS is een voorbeeld van een programma, notabene voor kinderen, dat duidelijk wel dienstbaar is aan het maken van winst door derden. Zelf wil de omroep er niets over kwijt. Verantwoording afleggen over de besteding van geld dat onder meer via de belastingen is bijeengebracht, is geen favoriete bezigheid in het Mediapark.
Artikel 52a van de Mediawet: „Programmaonderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen, worden niet gesponsord.”  Maar uit de publicatie  bleek dat  supermarktketen C1000 nauw betrokken is bij de financiering van Bibaboerderij. Het een-tweetje met de TROS heeft ertoe geleid dat kinderen worden geconfronteerd met sluikreclame en dat C1000-filialen  volop van ‘Biba-producten’ zijn voorzien.

BNN-voorzitter  Patrick Lodiers, tevens programmamaker, blijkt er een eigen bv op na te houden die via de verkoop van dvd’s en een spel winst maakt met behulp van het programma De Lama’s.  Omroepproducent Rob Hof fêteert directeuren en eindredacteuren van de omroepen op snoepreisjes.  En zo waren er meer voorbeelden die ertoe leidden dat de minister zich nu „geschokt” voelt.

Dat omroepen het niet zo nauw nemen met het navolgen van hun gedragscode heeft misschien ook te maken met de taakopvatting van de instantie die daarop moet letten: de Commissie Integriteit Publieke Omroep (CIPO). De voorzitter, voormalig VVD-leider Dijkstal, lijkt het principe te huldigen dat als bij hem geen misstanden zijn gemeld, ze er ook niet zijn. Het verklaart wellicht waarom de CIPO-voorzitter in zijn  jaarverslag noteerde : „De huidige [...] opstelling van CIPO wordt door de omroepen als adequaat ervaren.”

Het Commissariaat voor de Media, dat op de naleving van wetgeving moet toezien, heeft de minister  om meer machtsmiddelen gevraagd. En precies vandaag gaat op basis van de Mediawet een bevoegdheid in voor de Raad van Bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) om nevenactiviteiten van de omroepen te toetsen. Aan toezichthouders dus geen gebrek in Hilversum, wat nog niet wil zeggen dat er een overzichtelijke  taakverdeling tussen hen bestaat.

Maar de belangrijkste conclusie is dat zelfregulering bij de publieke omroep kennelijk nog altijd niet  werkt. Minister Plasterk hoeft geen geduld meer op te brengen, hij kan beter ingrijpen. Omroepen moeten zich aan de wet houden en, als ze die overtreden, op gepaste wijze worden bestraft.

Lees hier meer over de publieke omroep