Slecht Nederlands

Er wordt gedurig ge-sms’t, gemaild, gechat, getwitterd. Het geschreven woord speelt een grotere rol dan ooit tevoren. Maar met de taalvaardigheid staat het er beroerd voor. Zo beroerd dat een aantal universiteiten hun eerstejaarsstudenten onderwerpt aan een taaltoets om beheersing van grammatica, spelling en stijl te controleren, naast kennis van woorden en uitdrukkingen. De resultaten van de toetsen zijn overal bar. Een voorbeeld: aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam slaagde dit studiejaar slechts 17 procent van de aspirant-rechtenstudenten in één keer voor de toets. Dat was in 2006 nog 46 procent.

Taalvaardigheid is belangrijk. Om te beginnen als basis voor het leven van elke burger, want die moet op zijn minst in staat zijn om een sollicitatiebrief zonder fouten te schrijven. Maar ook omdat zelfs de huidige beeldcultuur abracadabra is zonder bijbehorende tekst.
Voor mensen die een studie willen volgen, is kennis van de eigen taal cruciaal. Wie minder taalvaardig is, neemt de studiestof  moeilijk op, want zowel luisteren als lezen kost dan moeite. Taalvaardigheid bevordert gestructureerd denken. Een ruime woordenschat kietelt de creativiteit. Grammaticale kennis vergroot het abstractievermogen en is onmisbaar voor het beheersen van vreemde talen, bijvoorbeeld om het vele studiemateriaal in het Engels te doorgronden.

Naar de oorzaken van de gebrekkige taalbeheersing wordt gegist. Er wordt gewezen op studenten met het Nederlands als tweede taal, maar een afdoende verklaring geeft dat niet. De taalvaardigheid van leerkrachten op de basisschool en pabo-studenten is lang niet altijd voldoende, dus het tekort begint al op menige basisschool. Maar er zijn nog altijd genoeg goede basisscholen. De taal zou minder gelegenheid hebben om ‘in te dalen’, doordat in het voortgezet onderwijs het vak Nederlands is ingekrompen en doordat er minder boeken worden gelezen. Verder wordt taalslordigheid, zo is de indruk, onbelangrijk gevonden. Taalfouten in een e-mail zijn zelden reden voor gefronste wenkbrauwen. Wie wijst op een spelfout, is al gauw een zeurpiet.

Wat nodig is, is snel uit te voeren onderzoek, zodat er niet geraden hoeft te worden naar oorzaken. Bij voorkeur in internationaal verband, want Nederland staat in Europa niet alleen met de groeiende taalachterstand.
Op enkele universiteiten wordt een student al niet meer toegelaten als hij of zij weigert de  taaltest te maken, of als de resultaten ook bij herkansingen onvoldoende blijven. Deze trend is nog niet algemeen, maar hij zal groeien. Wellicht leidt hij tot een herwaardering van de taalbeheersing.
Wie faalt voor de taaltoets kan aan de Erasmus Universiteit een ‘bijspijkercursus’ volgen. Dat is aardig, maar het is te laat. Het bijspijkeren hoort thuis op de basisschool, zodra duidelijk is dat een leerling achteropraakt. Daar moet het ministerie van Onderwijs op inzetten, want daar heeft iedereen iets aan. Ook de leerlingen die niet terecht zullen komen op het vwo en de universiteiten.