Piet Snot in de Tweede Kamer
Uniek was het niet, uitzonderlijk wel. De PVV liep gisteren weg uit het debat van de Tweede Kamer over de maatregelen waarmee het kabinet de gevolgen van de economische crisis tracht te mitigeren. PVV-leider Wilders ontstak in toorn nadat de fractievoorzitter van de grootste regeringspartij, Van Geel van het CDA, had laten weten dat er nauwelijks ruimte was voor de Tweede Kamer om iets aan het coalitieakkoord over de crisisbestrijding te veranderen.
Dat was geen handige opmerking van Van Geel. Hij illustreerde er de monistische verhoudingen mee in een stelsel dat duaal van opzet is. Er was een akkoord van drie coalitiepartijen die ook een soort van overeenkomst met de sociale partners hadden bereikt – en zo had de Kamer als instituut goeddeels het nakijken. Wilders liet weten geen zin te hebben om als „Piet Snot” mee te doen aan dit debat. Hij liet zich niet ompraten. Niet door een fractieleider van een andere oppositiepartij, Halsema (GroenLinks), en niet door de fractievoorzitters van de twee andere regeringspartijen, Hamer (PvdA) en Slob (ChristenUnie). Wilders verliet de Kamer, de andere fractieleden van de PVV liepen voor hem uit, als schapen die door een herdershond werden voortgedreven.
Zij bleken zich in de richting van strategisch opgestelde camera’s te begeven, hetgeen bevestigde dat de actie van Wilders („ik ben niet alleen boos, ik ben woest”) eerder een geregisseerde provocatie was dan een spontane opwelling.
De VVD ging hem voor. Dat wil zeggen: in 1955. VVD-fractieleider Oud voelde zich „voor spek en bonen” in de Kamer zitten toen het kabinet-Drees werd gelijmd na een crisis over de Huurwet. In 1958 liepen PvdA en CPN weg bij de stemming over een belastingvoorstel. En in 1939 verliet de SGP de Tweede Kamer bij een herdenking van paus Pius XI.
Voor die laatste daad valt begrip op te brengen, maar overigens geldt: parlementariërs lopen niet weg uit een debat. Hoe begrijpelijk de irritatie van Wilders en anderen over de monistische cultuur ook is, in de uit democratisch opzicht belangrijkste vergaderzaal van het land kruisen parlementariërs de degens met elkaar. Zij proberen elkaar in een debat te overtuigen. Zij stemmen en dan beslist de meerderheid.
Wilders riep gisteren dat geen enkel voorstel van de oppositie een kans zou maken. Dat bleek een foute voorspelling te zijn. Zowel een voorstel van de VVD (over jeugdwerkloosheid) als van GroenLinks (over elektrische auto’s) kreeg bij de stemming steun van de Kamermeerderheid, inclusief de drie coalitiefracties. Veel is het niet, maar het is wel het succes van oppositiepartijen die ervoor kozen hun werk te doen. De PVV liet zelfs de kans lopen om vannacht de motie van wantrouwen tegen kabinet te steunen, die de fractie-Verdonk had ingediend en die daardoor op één stem voor bleef steken.
Wilders c.s. heeft ook zijn kiezers in de steek gelaten. De PVV heeft negen zetels in de Tweede Kamer gekregen om dáár haar standpunten te verwoorden, om daar invloed uit te oefenen. Zoals het een democratisch gekozen partij beaamt.
Nieuwsthema: coalitieberaad.


