Geluk in Rotterdam
Als het aan de CDA-fractie in de Rotterdamse gemeenteraad ligt, stapt hun geestverwante wethouder Geluk op. Een combinatie van moeilijk verenigbare karakters en een moeizame omgang met het dualisme lijkt de oorzaak van dit partijconflict dat, één jaar voor de lokale verkiezingen, ook aan de belangen van de stad raakt.
Het CDA, dat in Rotterdam 3 van de 45 raadszetels bezet, is met 2 van de 8 wethouders royaal vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van deze gemeente. Dat de fractie in een van hen het vertrouwen heeft opgezegd, zou normaliter tot het aftreden van die wethouder leiden. Ware het niet dat veel erop duidt dat de CDA-fractie met haar opvatting nogal alleen staat. Geluk, die onderwijs, jeugd en gezin in portefeuille heeft, heeft de steun van het lokale afdelingsbestuur en van de CDA-jongeren in Rotterdam. De landelijke partijvoorzitter, Van Heeswijk, heeft het voor hem opgenomen. Ook de voorzitter van het Christelijk Voortgezet Onderwijs in Rotterdam heeft zich in dit koor gevoegd.
Nog relevanter: de grootste collegepartij, de PvdA, én de grootste oppositiepartij, Leefbaar Rotterdam, hebben royaal hun steun voor de wethouder uitgesproken, evenals een andere oppositiepartij, de SP. Zo’n brede aanhang voor een wethouder, dat is een weelde die zelden wordt vertoond.
De raadsfractie van het CDA heeft verklaard dat Geluk zich op zijn werkterrein een koers permitteert die niet in overeenstemming is met de visie van de partij. Ook is de wethouder van de fractie „geïsoleerd” en communiceert hij „slecht”.
In De staat van het dualisme, een analyse die het ministerie van Binnenlandse Zaken eind vorig jaar uitbracht, was te lezen dat menig wethouder er moeite mee heeft „duaal te denken”. Die geesteshouding is vereist nu wethouders sinds 2002 geen deel meer uitmaken van de gemeenteraad en dus ook niet van een fractie. Haar steun spreekt niet vanzelf. Ook wordt in het rapport „een zekere spanning” gesignaleerd tussen het feit dat de wethouder enerzijds op enige afstand van de geestverwante fractie hoort te staan en anderzijds vaak het gezicht van zijn partij is.
Het zijn constateringen die op Geluk zouden kunnen slaan. Hij was al wethouder in het vorige college, lijsttrekker van het CDA bij de raadsverkiezingen in 2006 en een van de auteurs van het collegeprogramma, waarin stevige taal staat over de beleidsterreinen waarvoor hij verantwoordelijk is.
Dat geeft hem niet het recht om onvoorwaardelijk van de fractie te eisen dat zij in het gelid springt als hij dat vraagt. Maar onweerlegbaar is dat Geluk zijn beleid voert en uitdraagt namens het hele college van B en W (met verder leden van PvdA, VVD en GroenLinks). Als de CDA-fractie in wethouder Geluk het vertrouwen opzegt, valt ze dus in feite het voltallige gemeentebestuur aan. Een consequentie daarvan zou moeten zijn dat de partij het college de rug toekeert en dat beide CDA-wethouders terugtreden. Maar beter is dat de fractie op haar schreden terugkeert en de realiteit erkent van de brede steun die wethouder Geluk in Rotterdam geniet.
Lees hier meer over het conflict tussen de CDA-fractie en wethouder Geluk

AEX: 338,65 


