Marokkaanse achtergrond
De opwinding over een mogelijke aanslag op de Arena Boulevard in Amsterdam laat een paar ongemakkelijke vragen achter over politie, justitie en burgemeester. Kritiek doet korpschef Welten vanochtend in de Volkskrant niettemin alvast af als „voorspelbare menselijke kortzichtigheid”. Nu moet de politie natuurlijk ruimte worden gelaten. Het is geen schande als de politie het zekere voor het onzekere neemt en zich daarbij in het voordeel van de openbare veiligheid vergist. Maar een monopolie claimen op wijsheid achteraf, is weer doorslaan naar de andere kant.
De vraag is of de getroffen maatregelen juist waren, tijdig, in de goede context en vooral ook in de juiste proportie. Maar dat geldt niet alleen voor de taxatie van het dreigtelefoontje, gevolgd door de afsluiting van de boulevard. Het geldt ook voor de aanhoudingen, huiszoekingen en prompte vrijlatingen. Daaruit viel in recordtempo te concluderen dat de verdachten, die de tipgever aanwees, kennelijk niets viel te verwijten. Er zijn zeven onschuldige Amsterdammers gearresteerd en vastgezet op het bureau, van wie meteen werd meegedeeld dat ze van „Marokkaanse afkomst” waren.
Met deze nieuwe politiek-correcte openhartigheid is schade aangericht. Het gezag heeft de groep ‘Nederlanders van Marokkaanse afkomst’ geassocieerd met een terreuraanslag. Daar kan iedere Marokkaanse Nederlander last van krijgen. Het scenario van een terreuraanslag à la Madrid werd ermee bevestigd en andere mogelijkheden juist uitgesloten.
Achteraf was die openhartigheid van het gezag kortzichtig. En de rekening komt terug: in onbegrip en wantrouwen jegens de overheid, in terugtrekken in eigen kring en radicalisering. Ook in tijden van crisis moet de overheid strikt neutraal durven zijn: onpartijdig en kleurenblind.
Aangezien ook het „busje met explosieven” niet werd aangetroffen, was binnen 24 uur de conclusie gerechtvaardigd dat de politie en AIVD op het verkeerde been zijn gezet. Dat toegeven is geen schande. Al kan het nog te vroeg zijn om dat te erkennen. Wie weet belt de tipgever nog een keer terug en staat het busje met de bom ergens met pech op een parkeerplaats. Alles kan. Maar waarschijnlijk is dat niet.
Voorlopig lijkt het op een nepaanslag, waarbij de samenleving werd ontregeld door het politiedraaiboek. Dat draaiboek wist wel ‘op te schalen’ naar een etmaal angst en onzekerheid, maar kon bij het afbouwen van de opwinding niet uit het goede vaatje tappen. Om Nederland in staat van paraatheid te brengen, werden er barse persconferenties gehouden. Om de sisser uit te leggen, vluchtten de autoriteiten in exclusieve afspraken met geselecteerde media. Alsof er reputaties op het spel zouden staan.
Het gaat slechts om de publieke erkenning dat er mogelijk sprake was van een onzintelefoontje. En dat het geen ramp is als de Heineken Music Hall en Ikea even wat omzet missen. En dat er geleerd is dat je geen „Marokkanen” moet roepen, als je niet zeker weet dat dat relevant is.
Lees hier meer over de vermeende terreurdreiging in Amsterdam


