Rammelende wetgeving

Hoeveel kritiek op rammelende wetsvoorstellen kan de wetgever negeren voordat het begint op te vallen?
Kennelijk heel wat. Dit kalenderjaar zijn er al drie vernietigende adviezen verschenen waarin op fundamentele gebreken in wetsvoorstellen wordt gewezen. Deze wetsvoorstellen zijn volgens de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak niet effectief, onrechtvaardig, overbodig en in één geval „over een staatsrechtelijke grens heen”.
Het is goed dat deze raden heldere taal niet schuwen als daar aanleiding voor is. Contra-expertise kan immers schade voorkomen. Juist daarom is het teleurstellend dat in ten minste twee van de drie gevallen de indieners de  kritiek geheel van zich  af lieten glijden. Kennelijk zitten politieke keuzes voortschrijdend inzicht  in de weg.
Dat is  zeker het geval bij het initiatiefwetsvoorstel tegen kraken van CDA, VVD en ChristenUnie. Deze wet is een afrekening met de jaren zeventig. Kraken moet volgens de indieners een misdrijf worden en strafbaar blijven, ook na het eerste jaar leegstand. Het is een oplossing op zoek naar een probleem waarvan de Raad van State betwijfelt of het bestaat. Het wetsvoorstel toont niet aan dat de bestaande antikraakmaatregelen verbetering behoeven maar zorgt wel voor extra bureaucratie. En het is twijfelachtig of het bestuur straks deze ingewikkelde wet zal gebruiken. Een hobbyvoorstel. Verspilling van kostbare parlementaire tijd.  Maar wel een politiek wapen om te gebruiken tegen  de (onbewezen) ‘verharding’ van het kraakmilieu.
De Raad van State bracht tegen een wetsvoorstel van het kabinet het zwaarste geschut in stelling. Het voorstel om de ontslagvergoeding van werknemers met een inkomen vanaf 75.000 euro tot een jaarinkomen te beperken moet volgens de Raad van State worden ingetrokken. Een willekeurig gekozen grens, met een onrechtvaardig resultaat: onbillijk. Of minister Donner (Sociale Zaken, CDA) het maar wil overdoen. Die heeft echter al laten weten daaraan voorbij te zullen gaan. Ook hier zijn politieke keuzes (of beloften) kennelijk belangrijker dan de vraag of de voorgestelde regeling rechtvaardig  is.
Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) maakt het eveneens bont met een voorstel om taakstraffen bij geweld- of zedenmisdrijven uit te sluiten. Daar hees de Raad voor de Rechtspraak, doorgaans een uiterst gematigde wetgevingsadviseur, de stormvlag. Het voorstel is overbodig en overhaast. Maar bovenal heeft de Raad voor de Rechtspraak „grote staatsrechtelijke bedenkingen”. De minister wil namelijk de macht om voortaan zelf per Algemene Maatregel van Bestuur te bepalen bij welke delicten de rechter wel of geen taakstraf kan opleggen. Daarmee wordt het parlement grotendeels opzijgezet en de rechter aan de leiband gelegd.
Een mediahype kan straks de beleidsvrijheid van de rechter beperken, als  de minister voor de hype zwicht. Over strafmodaliteiten gaat echter nog steeds de wetgever, niet het bestuur. Ook hier zou het kabinet ruimte moeten bieden aan voortschrijdend inzicht, gebaseerd op deskundig advies.