Wetenschap zet filosofie criminaliteit onder druk

Chronische criminaliteit kan voorkomen worden door betere zwangerschapszorg. Dit gedachtegoed kostte hoogleraar criminologie Buikhuisen 20 jaar geleden zijn baan. Nu is het een plausibele hypothese.  In een Nederlandse gevangenis werd in 2007 al geëxperimenteerd met voedingssupplementen. Bij de groep die zonder het te weten vitaminen, mineralen en (omega 3) vetzuren kreeg namen agressie en regelschending met 34 procent af. Inzichten uit de genetica en neurobiologie schrijden zo snel voort dat heilige huisjes dreigen in te storten. Bestaat er bijvoorbeeld wel vrije wil? De Amerikaan Benjamin Libet toonde aan dat het een halve seconde duurt voordat de mens zich bewust is van de beslissing die zijn hersens net namen. En onderzoekers bewezen in 2007 dat een fMRI-scan kan voorspellen welke knop een proefpersoon ‘willekeurig’ zal indrukken.

Een mens – wat hij doet en wie hij is – is het product van zijn hersens. Maar die hersens zijn niet statisch. Ze passen zich aan sociale impulsen aan. Hongersnood en emotionele deprivatie zijn bijvoorbeeld terug te vinden in biologische tekorten in de hersens. De conditie van de hersens is dus essentieel om het handelen van de mens te begrijpen. Een even belangrijke factor als diens sociale omgeving om diens gedrag  te begrijpen. Nature en nurture trekken samen op.

Het strafrechtssysteem is echter gebaseerd op vrije wil en individuele  verantwoordelijkheid. Daar wordt ‘gezond verstand’, behalve in pathologische gevallen, nooit  neurobiologisch en zeker niet dynamisch opgevat. De consequenties reiken ver. Als de wil mede biologisch is bepaald, hoe kan iemand dan nog voluit aansprakelijk worden gesteld? Een nieuw pleidooi dient zich aan: ‘Edelachtbare, mijn hersens deden het, ik niet.’ En een nieuwe therapie. Psychiaters spreken al van het ‘resetten’ van hersens, bijvoorbeeld met geneesmiddelen, voorafgaand aan therapie. Er komt nieuwe biologische kennis op het strafrecht af, die concepten als schuld en toerekening zal veranderen. Ook de hoogste Amerikaanse rechter woog al eens neurobiologische kennis mee. In de zaak ‘Roper versus Simmons’, waarin het Hooggerechtshof over de doodstraf voor minderjarigen oordeelde, werd de beslissing mede gebaseerd op kennis over de prefrontale cortex van adolescenten. Het onvolgroeide ‘puberbrein’ is minder in staat tot afwegen en kan emoties onvoldoende taxeren.

Dergelijke nieuwe biologische en genetische kennis biedt hoop. Het kan tot betere preventie leiden. Diagnosestelling en verklaring van gedrag kunnen de rechter tot een betere afweging van vergelding en behandeling brengen. Bij een rapportage aan de rechter over ‘de persoon van de verdachte’ zouden ook biologische componenten een rol moeten spelen. Metingen van cortisol, maar ook van testosteron lijken voorspellende waarde te hebben: voor therapiesucces en recidive.
De filosofie achter detentie zou minder eendimensionaal kunnen worden. Aanpak van recidive kan intelligenter als er betere dadertypering en dus therapieselectie kan plaatsvinden.

Voor de these van Buikhuisen zijn inmiddels duidelijke aanwijzingen. Er lijkt een verband tussen tekorten aan voedingsstoffen, hersenontwikkeling en later antisociaal gedrag. Of dat gedrag ook als ‘crimineel’ wordt gedefinieerd blijft een maatschappelijke beslissing. Want die grens mag niet overschreden worden.