Gas op de plank
Als het Russisch-Oekraïense conflict over de prijs van gas één ding duidelijk maakt, dan is het wel de onbetrouwbaarheid van Rusland als leverancier van energie. Dat ligt niet alleen aan de Russen zelf, maar ookaan Oekraïne. Door dat buurland stroomt normaal gesproken 80 procent van het Russische gas dat naar afnemers elders in Europa moet. Die toevoer ligt nu stil. De ruzie tussen de twee voormalige Sovjetstaten heeft repercussies in grote delen van Europa, zoals deze dagen blijkt: het gas is schaars en het vriest hard. Vooral de Bulgaren zijn het slachtoffer.
Of het stokkende gastransport de Russen, de Oekraïners of beide landen is te verwijten, kan maar het beste worden uitgezocht door de waarnemers die de EU nu naar Oekraïne mag sturen. Verder zal de stelling dat de aanleg urgent is van gasleidingen die Oekraïne mijden en/of gas uit niet-Russische bronnen transporteren, aan kracht hebben gewonnen. Een andere les is dat landen ervoor moeten zorgen dat ze over ruimere gasreserves beschikken en dat de aanleg van voorzieningen daarvoor van belang is.
Terwijl Rusland en Oekraïne verder ruziën, zijn er internationale ontwikkelingen die niet minder interessant zijn. Zoals het besluit, vorige maand, van de GECF, de twaalf grootste gas exporterende landen, om een producentenorganisatie op te richten. Een vergelijking met de OPEC, de landenorganisatie die de olieprijs stuurt, dringt zich op. Weliswaar zijn er bij gasexport logistieke problemen die de macht van zo’n kartel beperken, maar de afnemers hebben zich al bezorgd getoond.
Er is ook alle reden om Nederland te volgen. Nu nog een gasproducent. De vermoede hoeveelheid gas onder de bodem bedraagt nog een kleine 1.400 miljard kubieke meter. Goed voor nog enkele decennia. Niet meer.
Komend weekend bezoekt minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) Algerije, samen met de topmannen van enkele energiebedrijven. Algerije beschikt over een ruim driemaal zo grote gasvoorraad als Nederland en is lid van de GECF. Vorige maand deed Van der Hoeven een ander GECF-lid aan, Rusland, waar ze met de bestuurlijke top van staatsenergiebedrijf Gazprom sprak. Behalve Algerije en Rusland zijn Saoedi-Arabië en Kazachstan de landen waarmee Nederland bijzondere banden wil aanknopen. Nederland streeft een waarnemerschap bij de ‘gas-OPEC’ na en heeft vooral de wens de ‘gasrotonde’ van Noordwest-Europa te worden: spilpunt van opslag en distributie.
Dat is op zichzelf een gezonde en, gelet op de aanwezige infrastructuur, technisch vermoedelijk haalbare ambitie. Het is te hopen dat Nederland zijn nationale ambities weet in te passen in Europees beleid. Uiteraard moet primair door energiediversificatie het Westen zich minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen. Maar zolang gas en olie onontbeerlijk zijn, geldt dat tegenover de gebundelde kracht van producerende staten alleen maar een bundeling van afnemende landen een effectieve tegenmacht kan vormen.
Nieuwsthema: gasconflict
Reacties op nrc.nl/discussie


