Het potje van Donner

Tweehonderd miljoen euro. Dat is de economische crisis minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) kennelijk waard. Daarna is de pot leeg waarmee hij  bedrijven, die werktijdverkorting doorvoeren, financieel kan steunen.
Het is een merkwaardige regeling met een twijfelachtig resultaat. Donner heeft nog een ander dan een financieel criterium voor de vraag wanneer hij het loket sluit: zodra, omgerekend in fulltime banen, het aantal van 20.000  is bereikt. Oftewel 760.000 uren werktijdverkorting. En hij heeft ook nog een ultimatum: aanvragen moeten voor 15 januari 2009 worden ingediend. Aanvankelijk gold 1 januari als uiterste datum. Maar de pot, waarvoor WW-premies worden gebruikt, is nog lang niet opgesoupeerd.

De subsidie is bedoeld om werknemers wier werktijd is verkort en die daardoor minder loon ontvangen, financieel te compenseren. De regeling die Donner daarvoor gebruikt, is eigenlijk bedoeld voor calamiteiten als brand of  blikseminslag, wanneer een bedrijf daardoor korte tijd niet (volledig) kan draaien. Een financiële crisis hoort niet tot dergelijke  calamiteiten, maar de minister heeft de regels wat opgerekt. Dat zou nog te billijken zijn als de crisis van korte duur zou zijn, maar de optimist die daarin gelooft, is onvindbaar.
De minister wil met zijn subsidiepot „een overreactie” bij bedrijven voorkomen: dat ze onder druk van de omstandigheden meer mensen ontslaan dan eigenlijk nodig is. Dat is sympathiek van de minister en het zal een aantal werknemers op  kosten van de collectiviteit  een minder onprettige Kerst hebben bezorgd. Maar de vraag is toch wat hij hiermee  meer  bereikt dan willekeur.  De minister helpt wel de werkgevers en hun personeel  die nu in de problemen zitten, maar niet de bedrijven die de klappen nog gaan krijgen. Het is alsof hij  ervan uitgaat dat de  crisis zich overal in het bedrijfsleven tegelijk aandient – en dat is zeker niet het geval.
Bij de  aanvragen voor de subsidie die bij het ministerie zijn binnengekomen, is de metaalsector het sterkst vertegenwoordigd. Het leeuwendeel betreft bedrijven met minder dan honderd werknemers. Dat zegt verder niets over wat de crisis nog brengen zal. Niettemin: het bedrijf dat ná 15 januari zijn omzet drastisch ziet terugvallen of pas in problemen komt als  de 200 miljoen van Donner al op zijn, heeft  dubbel pech. Zodra de 760.000 uur worden overschreden „raakt de regeling voorbij het doel dat met deze bijzondere beleidsregels wordt beoogd”, zo heeft de minister de Kamer laten weten. Op welke wetmatigheid hij dat baseert, is onduidelijk.

Het kabinet heeft beperkte mogelijkheden ter bestrijding van de gevolgen van de financiële crisis, die tenslotte een mondiaal karakter heeft. Des te meer is het zaak is  de schaarse middelen zorgvuldig te selecteren.  Bij een (naderende) recessie hoort een economische sanering, hoe pijnlijk ook. Het is maar de vraag of Donners regeling effectief is, of   dat hij bezig is een pleister te plakken op de voet van een been dat straks moet worden geamputeerd.

Nieuwsthema: kredietcrisis