China wil ook heersen op zee
De Volksbevrijdingsmarine (PLAN) viert dit jaar zijn zestigste jubileum. Qingdao aan de noordkust van China staat deze week in het brandpunt van de belangstelling van de binnen- en buitenlandse media. Meer dan vijftien landen hebben hun marineschepen naar Qingdao afgevaardigd om luister bij te zetten aan de viering van het jubileum. De festiviteiten vormen de opmaat tot het grote feest op het Plein van de Hemelse Vrede later in oktober van dit jaar wanneer de Volksrepubliek zijn zestigjarig jubileum viert met een indrukwekkende parade van het Volksbevrijdingsleger.
Afgelopen donderdag was ik aan de haven van Qingdao en keek samen met Tycho de Feyter, assistant attaché bij de Nederlandse ambassade in Peking, naar de vlootschouw van de Chinese marine.
Qingdao werd een Duitse concessie toen twee Duitse missionarissen vermoord werden tijdens de zogenaamde Boxeropstand die aan het einde van de Qingdynastie was gericht tegen buitenlandse invloeden.
De Duitse keizer Wilhelm II, profiteerde van het zwakke, snel in ontbinding rakende China door Qingdao als kolonie op te eisen.
In 1897 moest keizerin-weduwe Cixi Qingdao (voor 99 jaar) afstaan aan Duitsland.
Jarenlang was de stad een Duitse uitvalsbasis waar duizenden Duitse matrozen en marinesoldaten waren gelegerd. En die hielden natuurlijk van bier.
Aanvankelijk werd dat per schip aangevoerd uit Duitsland maar al snel bedachten de Duitsers dat het handiger was om in Qingdao een bierbrouwerij op te zetten.
Het later wereldberoemd geworden bier kreeg de naam van de stad: Tsingtao (Qingdao fonetisch weergegeven via het oude Wade-Giles transcriptiesyteem).
In de heuvels die de kustlijn omzomen, staan nog altijd huizen en hotels van Duitse makelijk en in het centrum is de barstraat – een straat met louter bierstube’s in de openlucht.
Al bij het vliegveld worden bezoekers gewezen op het feit dat de Olympische zeilstad gastheer is van de internationale marinewereld: op een reusachtige foto staan drie saluerende matrozen waaronder met vette karakters ‘60 jaar PLAN’ staat geschreven.
Het grote jubilieumfeest speelt in op de wens van de publiek opinie die een veel grotere en sterkere aanwezigheid van China op zee wenst.
De snelle modernisering van de marine is overduidelijk gericht op het beschermen van Chinese oliebelangen in de Stille Oceaan en de Golf van Aden waar zich belangrijke doorvoerroutes bevinden.
Die modernisering is nog begrijpelijker als men bedenkt dat China nog steeds kampt met een trauma uit zijn militaire zeevaartsgeschiedenis. Honderdvijftien jaar geleden joeg Japan het grootste deel van de eerste moderne Chinese marinevloot naar de zeebodem.
De schokkende vernieting van de Noordelijke Zeevloot die in Azië nog steeds wordt gezien als de grootste militaire nederlaag in de geschiedenis, was voor iedereen een totale verrassing behalve voor de Japanners die door zorgvuldig inlichtingenonderzoek en spionnage wisten dat de Chinese vloot weliswaar gigantisch groot was, maar zo slecht werd gemanaged dat ze absoluut niet gevechtsklaar was.
De Slag aan de Yalurivier in 1894, drie jaar voordat Qingdao werd ingelijfd door de Duitsers, vormde de opmaat van China’s verpletterende nederlaag in de Chinees-Japanse oorlog en markeert het begin van de Japanse agressie tegen het grote buurland, waarna een eeuw volgde van oorlog en sociale onrust op het Chinese vasteland. Misschien is het daarom niet toevallig dat Japan en Duitsland niet zijn uitgenodigd om met een smaldeel schepen aan de festiviteiten in Qingdao deel te nemen.
In totaal doen 21 marineschepen uit veertien landen mee aan de vlootschouw en er zijn delgaties uit 29 landen naar het evenement gekomen.
De dag voor de vlootschouw is het druk in de heuvels langs de kust. Bussen met matrozen en notabelen rijden af en aan. Knechten lopen met plastic tassen vol met proviand het haventerrein op.
We proberen tevergeefs bij drie ingangen binnen te komen maar de havenpolitie is onverbiddelijk: niet geaccrediteerde bezoekers worden niet toegelaten.
Bij de laatste slagbomen staat een groep Franse toeristen die geduldig ergens op lijkt te wachten. We besluiten ons bij hen aan te sluiten.
Na een half uur verschijnt een keurig in een marinepak gestoken Franse defensieattaché die ons binnen wil loodsen.
We moeten ons identificeren waarna we mogen plaatsnemen in een jeep die ons naar een Frans fregat rijdt.
In de haven liggen ongeveer twintig schepen waaronder een hospitaalschip, een mijnenveger en enkele fregatten.
Naast het Franse schip liggen een oude Russische torpedoboot en een Chinees fregat aangemeerd.
De Chinese vlootdagen zouden eigenlijk feestelijk moeten zijn maar Hollandse gezelligheid is ver te zoeken; geen koek en zoopie, biertenten of voorlichtingskraampjes.
Wat wel opvalt is het gebrek aan transparantie en een gespannen optreden van de politie.
Volgens het programma van de vlootschouw zouden de feestelijkheden donderdag rond twaalf uur beginnen. Om tien uur staan al duizenden mensen met verrekijkers op de kade in afwachting van de parade. Het is koud en mistig en er is geen schip, vlagvertoon of fanfaremuziek te horen of te zien. Als rond drie uur blijkt dat de schepen slechts op 25 kilometer vanaf de kust te zien zijn, druipen de toeschouwers na uren geduldig wachten uiteindelijk teleurgesteld maar gelaten af.
Geen feestje voor het volk maar een bijeenkomst voor diplomaten en notabelen die in groten getale naar Qindao zijn gekomen om seminars bij te wonen op het hoogste niveau en de tientallen schepen van de concurrentie te bewonderen.



Abonneer je