Archief voor: december 2008


De nieuwe Lang Lang

Afgelopen week was ik op bezoek bij  het Middelbare Centrale Conservatorium van  Peking, de school waar ook Lang Lang zijn opleiding  heeft genoten.

Het valt me steeds  weer op hoe weinig Chinezen hechten aan een inspirerende  omgeving voor creatieve arbeid. Lees verder »

Liefde op het eerste gezicht

 

 Wilma Hogendorp, is de oudste Nederlandse inwoner van Peking. In 2007  lees ik dat in  een  jubileumboek dat is uitgegeven door de Nederlandse  ambassade ter  gelegenheid van  35 jaar diplomatieke contacten met China.

 Wilma, haar Chinese naam is Yang Mila, groeit op in Indonesië en verhuist na de Tweede Wereldoorlog naar Zierikzee. Haar moeder hertrouwt  met een Chinese arts. In 1953 als Mao de Volksrepubliek sticht, wordt Wilma’s stiefvader teruggeroepen naar China om zijn land op te bouwen.

Maar drie jaar later loopt het huwelijk van haar moeder met de Chinese arts stuk en besluit moeder Hogendorp met haar drie dochters vanuit Peking  terug te keren naar Nederland.

Twintig dagen voor vertrek, ontmoet Wilma haar grote liefde bij  bushalte nummer vijf. Als ze  in  de stromende regen staat  te wachten om haar moeder en zusjes op te halen, vraagt een jongeman  of hij mag schuilen onder haar paraplu. Die jongeman is Yang Baolu.

Het is liefde op het eerste gezicht. Een briefwisseling van drie jaar volgt en pas in 1959 heeft Wilma genoeg geld om de treinreis  naar Peking te betalen. 
Wilma trouwt met Yang Baolu en krijgt drie kinderen.Yang Baolu heeft ook nog drie kinderen uit een eerder huwelijk. In 1963 verhuist het gezin Yang  naar de Dongsi hutong waar ze met z’n zevenen op veertig vierkante meter leven. 

Yang verdient zijn geld als ingenieur bij een motorenfabriek en Wilma, die vijf talen spreekt, doceert Engels op verschillende universiteiten in Peking.

Tijdens de culturele revolutie wordt het stel geschaduwd door de Rode Gardisten maar Yang treft haar maatregelen. Ze verft haar haar zwart en spreekt met haar kinderen geen Nederlands meer.

Omdat haar levensverhaal mij intrigeert, besluit ik  naar Yang Mila op zoek te gaan. Bij de hutongs in de wijk Dongsi in het oosten van Peking vraag ik  aan buurtbewoners of ze weten  waar zij  woont.

Op de hoek van de straat zit een gezette man met een enorme zwarte bril op een  krukje fietsen te repareren. Hij kijkt op, knikt en wijst de weg.

 De Dongsi hutong is een oase in de hectische stad. De ommuurde simpel gebouwde    grijs kleurige hutongs komen uit op  nauwe steegjes waar venters stoombroodjes  verkopen en waar wasgoed hangt te drogen aan  takken van dorre boompjes.

 In de hutong van mevrouw Yang wonen  vijftien gezinnen. Midden op de  binnenplaats staat een bouwvallig stenen hutje met plastic voor de ruiten.

Een oude mevrouw steekt haar hoofd naar buiten. Wie zoekt u? Yang Mila ? Het spijt me maar ze is net vorige week overleden. De oude  vrouw komt naar buiten en  wijst op het huisje van de familie Yang.

Als ik aanklop doet een Chinese vrouw van rond de 45 de deur open.”Komt u  voor mijn moeder?Ik ben Suowei (Sophie)haar dochter. Mijn moeder is helaas overleden. Vorige  week ben ik  uit Nederland gekomen om mijn vader bij te staan in het  rouwproces. Maar komt u binnen. Zal ik koffie voor u zetten, “zegt ze in gebroken maar foutloos Nederlands. Sophie heeft een open gezicht en  vriendelijke lach. Ze woont al meer dan twintig jaar in Nederland en is getrouwd met een Nederlandse ingenieur.

Binnen is het gezellig rommelig. Een potkachel brandt. Aan de muur  hangen ansichtkaarten en foto’s van Yang Mila. Vader Yang ligt te slapen  in de bedstee.

Terwijl ze koffie zet en koeken klaarzet, vertelt ze  over haar moeder.“Het is erg spijtig dat u mijn moeder niet meer kunt ontmoeten.

Ze moest  worden opgenomen in een ziekenhuis en u weet de gezondheidszorg is  hier vaak niet al te best. Ze leed aan een hartkwaal en had ouderdomsreuma. Een blessure aan haar schouder is haar fataal geworden. Ze heeft het niet gered.”

 

Crisis in Peking

In de  Wangfujingstraat, het oudste winkelcentrum van Peking, is het erg druk. Hebben de inwoners van Peking dan geen last van de crisis? Ik vraag het aan mevrouw Qiang Lihong (63) ,een gepensioneerde ambtenaar, die zittend op een krukje de inhoud van een vitrine te bestudeert op de sieradenafdeling van een groot warenhuis. De sober geklede maar goed verzorgde vrouw  wil voor haar kleinzoon iets moois van goud kopen. Niet omdat ze bang is dat haar geld door de financiële crisis nog minder waard wordt maar omdat het in China traditie is  gespaard geld aan het eind van het jaar in goud om te zetten.

Mevrouw Qiang leeft van een pensioentje van driehonderd euro per maand en daar legt ze iedere maand honderd euro van opzij. Volgens Qiang zijn de gevolgen van de internationale bankencrisis in Peking veel minder voelbaar dan in de rest van het land. “In Peking zijn niet zoveel westerse bedrijven gevestigd  als in het zuiden. Hier wonen veel ambtenaren en studenten. Ambtenaren hebben een vast salaris en de meeste studenten worden door hun ouders onderhouden.”


Mevrouw Qiang vertelt dat ze  onlangs op bezoek was in haar geboortedorp Jiangjiakou in de provincie Hebei vlakbij Peking. “Een aantal exportbedrijven heeft  daar een productiestop ingevoerd. Migrantenarbeiders worden  het eerst ontslagen. Maar ik zie dat als een positieve ontwikkeling. Op het platteland wordt het werk nu voornamelijk gedaan door de ouderen die niet naar de steden zijn getrokken. Als zij straks met pensioen gaan is er niemand meer die voor het land zorgt,” zegt Qiang.

En hoe zit het met de jeugd? 
Bij de Xinhua-boekwinkel even verderop staan twee jonge studenten Engels en economie. Tu Chabo (22)  een verlegen jongen die gebrekkig Engels spreekt, heeft zojuist een boek over de familie Rothschild  gekocht. “Ik lees graag succesverhalen van westerse ondernemers. Daar put ik hoop uit.” Tu maakt  zich geen zorgen over de crisis.

Zijn ouders zijn boeren uit de provincie Zhejiang en hebben een stabiel inkomen.  Elke maand sturen ze hem  70 euro om van te leven. “Studenten worden pas werkloos als ze zijn afgestudeerd,” zegt Tu lachend. “Het is erg moeilijk om een baan te vinden. Maar  ik hoop in Peking werk te vinden want de werkloosheid is hier  relatief laag,” zegt Tu.

Terwijl er in het zuiden van China miljoenen fabrieksarbeiders worden ontslagen, staat Peking er dus redelijk voor. Ook elders in het noorden, zoals in Mantsjoerije, blijven de mensen zo goed als gevrijwaard van de gevolgen van de financiële crisis. Toch wijst een enquette van het bureau Social Service Survey in Peking  uit dat 35 procent van de bevolking van de hoofdstad de invloed van de financiële crisis merkt. 

Volgens Social Service Survey maakt maar vijftien procent van de bevolking van Peking zich echt zorgen. Tachtig procent denkt dat de crisis kansen biedt. In hun visie zullen veel bedrijven uiteindelijk van de crises profiteren en zal de structuur van de economie veranderen waardoor er  steeds minder laagwaardige producten in China  zullen worden geproduceerd.

En hoe denkt een  Nederlandse ondernemer  over de crisis? Sommige westerse bedrijven in Peking  hebben last van wanbetalers en ontslaan hun personeel. Maar er zijn ook positieve geluiden.

Het marketingbedrijf Yourzine ziet de veranderingen die de crisis teweeg brengen en speelt daar op in. Yourzine huurde twee jaar geleden een kantoortje in het oosten van Peking en begon personeel te werven. Jurriaan Meyer en Tim Metz, de Nederlandse managers van de Chinese vestiging, ”We interviewden tientallen kandidaten maar tot onze verbazing konden sommigen niet eens lezen en schrijven. Uiteindelijk hebben we een vragenlijst opgesteld en ze aan het werk gezet om hun vaardigheden te testen. Nu hebben we met gemotiveerd personeel een goed team opgebouwd.”

 Yourzine doet goede zaken omdat veel bedrijven hun marketing en reclame verschuiven van de media naar het internet. “Toen in 2001 de internetmarkt instortte, zag je dat IT-bedrijven het werk verplaatsten naar India. Veel Europese en Amerikaanse  bedrijven hebben nu niets meer te verliezen en besteden hun marketing uit in China. Zo bouwen we voor Nederlandse bedrijven websites en sturen we vanuit China de kerstkaarten naar hun klanten en relaties .”

Niet alleen online-marketing maar ook e-commerce wint terrein in China. Meyer: ”Taobao, zeg maar de Marktplaats van China, groeit jaarlijks met 120 procent. De mensen kopen de gekste dingen via internet zoals oordoppen of levensmiddelen. Dat komt omdat Chinezen erg zuinig zijn en met Taobao makkelijk prijzen kunnen vergelijken.”

 Li (23)  is een van de twintig websitebouwers van Yourzine. Hij zegt dat hij niet wakker ligt van  de crisis. Li weet  dat sommige bedrijven van hun personeel afwillen maar omdat hij negenhonderd euro per maand verdient zit  hij voorlopig  goed. “Ik heb het idee dat de negatieve berichtgeving over de crisis in Europa de mensen teveel beïnvloedt. Je kunt het vergelijken met een advertentie. Je denkt dat je gedrag er niet door wordt beïnvloed maar onbewust gebeurt het toch.”


Li wil zich vooral concentreren op de voordelen van de crisis. Hij noemt de  lagere prijzen van bijvoorbeeld varkensvlees en  eieren en zegt dat ook huizen nu betaalbaar worden voor jonge mensen. Hoewel hij  pas is getrouwd is en plannen  heeft voor de aankoop van een huis wil hij nog even wachten tot de prijzen  verder dalen. Ondertussen verandert er niet veel aan zijn dagelijkse koopgedrag. “Een creditcard heb ik net als de meeste jonge Chinezen nooit gehad en als ik iets niet direct nodig heb, jaag ik  op koopjes.”

Handelaar in mobiele telefoons Lin Baizhen loopt weg van zijn stalletje en  rookt  een sigaretje op de hoek van de straat. Hij wijst naar de winkelende mensenmassa en lacht flauwtjes. “Mensen kijken wel maar kopen niet. Vooral voor vrouwen is een  mobieltje statusverhogend. Minstens een keer per jaar  willen ze een nieuwe, maar op dit moment niet. Peking is economisch vrij stabiel, maar de zaken gaan toch wat minder. Uit angst voor de crisis geven ook Pekinezen minder geld uit aan luxe artikelen.”

 

 

Yinchuan en de gevolgen van het Dazhaimodel

 

De  provincie Ningxia in het westen  van China is een verdwaald puzzelstukje tussen meren en bergen vlakbij de Tengger- en de Gobiwoestijn. Door de voortdurende veranderingen in de loop van de Gele Rivier, die vanaf het Tibetaanse gletsjerplateau door heel westelijk China stroomt, ontstonden talrijke meren en moerassen waardoor Ningxia een van de meest  waterrijke gebieden van China was.
Rond de hoofdstad Yinchuan lag een exotisch natuurgebied met 72 grote meren (Qishierdalianhu) waar honderden soorten vogels ieder jaar naar toe trokken om  te broeden.
In  de jaren zestig voltrok zich een natuurramp toen het zogenaamde Dazhai-landbouwmodel op Yinchuan werd toegepast. Het model  was geïntroduceerd door Chen Yonggui  een  modelboer uit Dazhai in de provincie Shanxi. Het gebied  rond zijn gemeente was  heuvelachtig en er was een tekort aan landbouwgrond. Chen introduceerde in Dazhai de terrasbouw,  werd  er door Mao hemelhoog om  geprezen en benoemd tot vice-premier. 
Niet alleen het bevorderen van de landbouw maar ook de  opkomende zware industrie en  het stimuleren van de bevolkingsgroei maakten deel uit van de politiek van Mao ZedongHet volk leed honger en er moest meer rijst en graan worden geproduceerd. Onder Mao’s  leuze “In de landbouw, leer van Dazhai” kreeg Chen de opdracht om in heel China landbouwgrond te winnen met terrasbouw. Ook in Ningxia moest en zou er  meer landbouwgrond komen. Maar omdat er in deze provincie geen bergen zijn die geschikt zijn voor landbouw, besloot men land te winnen  door de meren te dempen met aarde en rotsblokken uit het  nabijgelegen Helangebergte. De drooggelegde meren werden ingericht voor  de rijstteelt. Het resultaat was dat Ningxia uitgroeide tot een modelregio. De lokale  overheid en Chen konden tevreden zijn.
Maar nu, drie generaties later, vecht  het provinciebestuur  tegen de verwoestijning van de regio en realiseert het zich  dat de ecosystemen onherstelbaar zijn verwoest. Aan het begin van de vorige eeuw werd het totale gebied van natuurlijke meren en moerassen geschat op 67 duizend hectare. In 2004 was er  nog maar twaalfduizend hectare van over.
Jin Yuhui  (82) een  etnische Hui-moslim  die door zijn golvend grijze haar en  zijn snor een Arabisch uiterlijk heeft,  is een gepensioneerde landbouwambtenaar. Hij werkte veertig jaren geleden  voor de lokale overheid  en heeft van dichtbij meegemaakt hoe de meren veranderden in drassige landbouwgrond. “ Als kind speelde ik bij de meren. De overheid had toen totaal geen oog voor natuurbehoud.  Mijn opdracht was de meren te dempen. Ik had geen flauw benul dat zich een grote natuurramp aan het voltrekken was.”
Jin vertelt dat de lokale overheid  nu niet meer bezeten is van landbouw maar  bijna even obsessief  met “groene projecten” in de weer is om de gevolgen van de  Dazhairamp  zoveel mogelijk te   herstellen. In het kader van het nieuwe ecologisch besef zijn grote rijstvelden weer bebost. Voormalige rijstboeren werken  nu aan het onderhoud van bomen en planten. Aan de rand van het nieuwe bos liet het provinciebestuur een woonwijk bouwen waar de van hun rijstakkers beroofde boeren gratis konden gaan wonen.
De ambitie van de lokale overheid om de fouten van Mao te herstellen, gaat verder.
Elfduizend hectare historisch waterland is  op een lijst van beschermde natuurmonumenten gezet en de in de jaren  zestig gedempte meren worden in hoog tempo weer uitgegraven en met elkaar verbonden. Even buiten Yinchuan staan tientallen kranen.  Ze graven de grond af en  bergen de rotsblokken  die in  het vroegere Xiaoxihu meer zijn gestort.
Enorme gele diepladers rijden op en neer.De  grond en de rotsblokken gaan terug naar het Helangebergte waar ze ooit zijn gedolven.
Door tenminste zestig procent van de  meren terug te winnen, hopen de autoriteiten dat de vogels terugkomen en dat de natuur  zich  zal  herstellen. Ambtenaar Jin is  skeptisch. “De intentie is goed. Veel vogels, zoals de zwarte zwaan, zijn al teruggekeerd. Toch is  Qisierliandahu  niet meer dan een kunstmatig natuurgebied. Zoals vroeger zal het nooit meer worden.”