Archief voor: mei 2007


Xiangxiang

sichuan chengdu panda breeding and research center 10004083tm_1.jpg Vandaag kwam het nieuws tot ons dat reuzenpanda Xiangxiang is overleden.
Xiangxiang, een vijfjarig mannetjes panda  was de enige in gevangenschap voortgebrachte  panda die in het wild was uitgezet in een poging de bedreigde diersoort voor uitsterving te behoeden.
Hij werd geboren in het Wolonginstituut in Chengdu. Toen ik  mij  in  1988    in Sichuan voorbereidde op de Olympische Spelen van Seoul bracht ik een bezoek aan dit Wolongreservaat waar de leefomgeving van Panda’s wordt nagebootst.
Het viel me toen op onder welke erbarmelijke omstandigheden de panda’s daar leefden.
Waarschijnlijk is er wel wat verbeterd want in 1993 werd er een groot onderzoekscentrum en pandamuseum bij   gebouwd.
De onderzoekers  van het centrum  doen er alles aan om de panda te behouden. En dat is nodig want wereldwijd zijn er nog maar 1000 panda’s in leven.
Eén daarvan was  Xiangxiang.
Zes maanden nadat hij was vrijgelaten, werd hij dood gevonden in de bergen van Sichuan.
Xiangxiang  had ribfracturen en inwendige  kneuzingen.
Volgens experts van het Wolongreservaat in Chengdu is Xiangxiang uit een boom gevallen nadat hij in gevecht raakte met  originele bewoners die hun territorium wilden beschermen.
Fan Zhiyong van het wereldnatuurfonds in China waarschuwde de wetenschappers van Wolong  voorzichtiger te zijn bij  het uitzetten van gefokte panda’s.
“Reuzenpanda’s zijn erg sensitief als het gaat om hun territorium  en  in de meeste gevallen beschermen  mannetjespanda’s een territorium van wel enkele vierkante kilometers.”
Volgens de wetenschappers van Wolong heeft  Xiangxiang het niet overleefd omdat hij een mannetje was zonder territorium. Xiangxiang werd door andere panda’s gezien als een bedreiging“De volgende de keer kiezen we een vrouwtje”, zei een medewerker van het Wolongcentrum. Dat heeft meer kans op overleving”.

Veilig drinkwater en schone lucht

bus.jpg

Olympische bus

Peking heeft de mond vol van groene spelen en veilig drinkwater.
Als er zo direct tijdens de Spelen meer dan 500.000 buitenlanders bijkomen in de stad moet er genoeg drinkwater zijn. Ook moet de lucht schoon zijn, en moet de infrastructuur op orde zijn.
Meer dan 118 miljard dollar heeft Peking geïnvesteerd in nieuwe metrolijnen, snelwegen, en waterzuiveringsinstallaties.
Vooral watervoorziening is een probleem.De stad is niet verbonden met belangrijke rivieren en is dus afhankelijk van regenval, grondwater en steun van aangrenzende provincies.
Peking heeft sinds tien jaar al te kampen met droogte en het merendeel van de 15 miljoen inwoners is al aangewezen op gebotteld water.
Maar China zou China niet zijn als ze daar niet iets op hadden gevonden.
In april van 2008 zal er een kanaal klaar zijn dat de volle reservoirs van de provincie Hubei zal omleiden naar Peking zodat de Olympische deelnemers en de toeristen niet zonder water komen te zitten.
En dan moet de luchtkwaliteit natuurlijk nog verbeteren.
Op dit moment verschilt de luchtkwaliteit per dag nog enorm in Peking.Sommige dagen is het zo heeig dat je er somber van wordt.
Als de luchtkwaliteit onder een bepaald nivo komt, mogen onze kinderen op school niet buiten spelen en is hardlopen een lijdensweg.
Het Olympisch Organisatie Comité (BOCOG) meldt met trots dat er in 1998 in peking slechts 100 dagen waren met een goede luchtkwaliteit en in 2006 reeds 241 schone dagen waren geteld.
Of die cijfers werkelijk wat waard zijn, is maar de vraag. Of het moet heel erg lokaal zijn want het IEA (International Energy Agency) in Parijs maakte onlangs bekend dat China volgend jaar waarschijnlijk al ‘s werelds grootste CO2-uitstoter zal zijn.
Peking beseft hoe dan ook dat het de hoogste tijd is om maatregelen te nemen en tijdens de Olympische Spelen is er de gelegenheid om de wereld te laten zien dat China er alles aan doet het nijpende energie- en milieuprobleem aan te pakken.
Het stadsbestuur van Peking heeft zelfs de grootste en tevens meest vervuilende staalfabriek van China, de Shougang,waar meer dan 1000.000 werknemers werken, verplaatst naar de kuststad Tianjin. Of 40.000 werknemers maar even mee wilden verhuizen.
Voor de Olympische Spelen in 2008 wordt door de stad flink geïnvesteerd in duurzame energie. Zo wil men in het Olympisch dorp op grote schaal nieuwe en duurzame energie zoals wind-, zonne-, en bio-energie gaan gebruiken. Twintig procent van de elektriciteitsvoorziening van de stadions moet van windenergie afkomstig zijn. De verwarming en airconditioning van de Olympische gebouwen met een oppervlak van in totaal 400.000 m2 zullen worden voorzien van geothermische energie. Circa 80 tot 90 procent van de straatverlichting om en nabij de Olympische stadions wordt gevoed door zonne-energie.
Ook zullen bussen en taxi’s in Peking rondrijden op waterstof (zie foto).
Geen ongekende luxe want er komen dagelijks 1000 auto’s bij in Peking en als je zoals ik dagelijks in krakkemikkige naar diesel stinkende taxi’s zit, merk je hoe slecht dat is voor je gezondheid.
Wetenschappelijk is vastgesteld dat de lucht die je dagelijks in Peking inademt gelijk staat aan het roken van een pakje sigaretten.

Correspondentendagen

Sorry voor mijn lange afwezigheid.
Van Gaoyang naar Rotterdam  voor de tweejaarlijkse correspondentendagen en inmiddels weer terug in Peking.
De  bijeenkomst is bedoeld  om  kennis te maken met collega’s in de rest van de wereld, journalistieke ervaringen uit te wisselen en het contact met Nederland  te onderhouden.
Zo worden  correspondenten  die je alleen kent van de stukken in de krant waar hun naam boven staat, interessante en aardige collega’s met wie je veel problemen die je als journalist in het buitenland kunt tegenkomen, gemeen blijkt te hebben.
Nu ben ik weer terug en heb  een jetlag. Daar heb ik altijd meer  last van als ik terug ben in China want dan kom ik altijd  s’ochtends aan.

Fucheng

winnie.jpg

stok.jpg

Liu is slecht ter been
liu_en_man.jpg

Liu en haar man

Treinen in de nacht is prettig en de hardsleepers zijn niet meer zo Spartaans als toen ik in 1980 in een Chinese trein reisde.
De wagons zijn ingedeeld in open compartimenten waar aan weerskanten drie stapelbedden staan.
Op de onderste bank wordt in de meeste gevallen niet geslapen maar gegeten,gekaart en gepraat.
Af en toe komt er een soort koffiejuffrouw langs met een karretje met eten, drinken en zelfs speelgoed voor de kinderen.
Je slaapt op een soort massagebanken die zijn gedrapeerd met een blauw kleedje met gelokt randje.
Winnie mijn tolk, assistent en reisgenoot (zie foto boven) had zelf nog nooit met de nachttrein gereisd omdat haar familie in Peking woont. De meeste Chinezen reizen per trein om familiebezoekjes af te leggen. Een treinkaartje naar Xian kost 25 euro, de helft goedkoper dan een vliegticket.
In Xian worden we s’ochtends om half zeven opgehaald door een busje van’ Plan China’ een NGO die voorlichting geeft aan kinderen op het platteland op het gebied van gezondheid en hygiëne.

In Fucheng, een dorpje hoog in de bergen interview ik Liu die trombose heeft en zich geen medicijnen kan veroorloven (zie verhaal over gezondheidszorg in NRC van 25 mei).

Ook ontmoet ik de 83-jarige meneer Zhang (zie foto onder) die twee zonen heeft en moet rondkomen van 150 euro per jaar.
Het dorp heeft geen stromend water. Midden in het dorp staat een waterpunt waaruit de dorpsbewoners hun rantsoen water kunnen pompen.Ook de omliggende dorpjes komen water halen in Fucheng.
De 50-jarige zoon van Zhang woont nog altijd thuis. In het gebied rond Fucheng is het gebruikelijk dat de ouders van de bruidegom een bruidsschat van ongeveer 2000 euro betalen aan de ouders van de bruid die het meisje dan vervolgens afstaan aan de schoonfamilie. De zoon van Zhang was gek op zijn verloofde maar Zhang kon de bruidsschat niet betalen. Zhang’s jongste zoon heeft het anders opgelost.
Ook voor zijn bruid kon geen bruidsschat worden betaald maar hij compenseerde het geldgebrek van zijn vader door zelf bij zijn schoonfamilie in te trekken.

brilletje.jpg
Dit is Zhang.In Fucheng zijn nog geen moderne nepbrillen verkrijgbaar. Bijna alle mannen dragen grote antieke brillen.

China per trein

Reizen per trein is leuk, vooral in China. Je ziet per provincie de landschappen en mensen  veranderen en als je geluk hebt en je Chinees is goed genoeg,kun je gesprekjes voeren met lokale Chinezen. De eerste keer dat ik per trein reisde was in 1980 toen ik van Hong Kong naar Peking reisde. Een houten bruggetje was een soort Checkpoint Charlie, het diende als grens tussen Hong Kong en Kanton  en Mao had bepaald dat je  zelf je koffers China binnen moest dragen.
Ik kan me nog herinneren dat ik 24 uur op een hardhouten bank moest slapen en dat bamboe matjes dienden als matras.
Nu en dan kwam een soort conducteur een thermoskan heet water brengen.
Jaren later  moest ik terugdenken aan die  reis van 24 uur  toen ik  in 1988 ‘China per trein’ , het prachtige boek van Paul Theroux las. Vorig week nam ik het maar weer eens ter hand omdat ik voor de eerste keer sinds ik in China werk, met de nachttrein naar Xi’an zal reizen voor een reportage over gezondheidszorg op het platteland.Treinkaartjes zijn schaars in China. Boek je op het laatste moment, zoals ik dit keer, dan slaap je op harde banken in een open wagon  tussen snurkende en rochelende maar o zo aardige Chinezen. China per huoche (letterlijk vuurwagen) is een noodzaak om China echt te leren kennen.

Fixer

Een  goede assistent is  voor elke buitenlandse correspondent een vereiste in China.  De meeste journalisten hebben een full-time hulp maar de echte goede assistenten zijn niet beschikbaar of vragen een vorstelijk salaris.
Een assistent oftewel een fixer moet de Chinese kranten lezen, contacten leggen, reportages voorbereiden en tolken.
De afgelopen maanden  heb ik gewerkt met parttimers die meestal  niet op afroep beschikbaar waren maar wel weer het grote voordeel hadden dat ze ervaring hadden opgedaan in internationale organisaties.
Meestal zijn het onervaren alumni die afgestudeerd zijn aan bijvoorbeeld de universiteit voor communicatie of  de faculteit journalistiek aan de Tsinghua of  Peking universiteit.
Een paar weken geleden kondigde mijn assistent aan dat ze haar verschillende werkzaamheden niet meer combineren. Dat is geen goed nieuws want  een geschikte vervanger vinden kost tijd en vergt geduld.
En hoe vind je een geschikte hulp? Je zet een advertentie op de site van de foreign correspondence club.
Aan reacties geen gebrek.Omdat  alumni in de steden staan te springen om werk stromen de reacties binnen. Al snel blijkt dan  dat  sollicitanten vaak jong en onervaren zijn de Engelse taal vaak niet machtig zijn en geen idee hebben hoe een krant in het westen wordt gemaakt en wat wij belangrijk nieuws vinden.
Voorlopig heb ik veel steun aan meneer Zhang een bevriende oud-professor Engels aan de Volksuniversiteit van Peking.
Hij vindt geld in tegenstelling tot de jonge generatie niet zo van belang, heeft historisch besef en kan politieke structuren  doorgronden.
Bovendien heeft hij net als bijna elke leraar een Higgingscomplex. Hij belt me elke ochtend  voor een conversatieles. Volgens Zhang is tien minuten geconcentreerd luisteren naar de klanken van de Chinese taal genoeg. Daarnaast elke dag vijf nieuwe woorden leren en binnen een jaar heb ik volgens Zhang nog wel een assistent maar geen tolk meer nodig.

Double happiness

guo.jpg
In China zijn nog altijd veel mannen  bigamisch.Er bestaan geen cijfers over maar veelwijverij is  zowel in de provincie als op het platteland een veelvoorkomend fenomeen. Sommige mannen hebben er zelfs geen enkele moeite mee twee maal te trouwen en dat voor beide vrouwen te verzwijgen
Mijn vriend Liang is een succesvol zakeman en lid van de Communistische Partiij.
Hij kent de mannen wel die machtsposities bekleden en doodgemoedereerd twee huwelijken aangaan.
Volgens Liang komt het omdat de huwelijksprocedures te eenvoudig zijn.
‘In China hoef je alleen maar naar het politieburo te stappen dan heb je het huwelijkscertificaat al.’
Daar moet maar eens een eind aan komen vindt het ministerie van burgerzaken.
Daarom zal vanaf 2010 een online databank gelanceerd worden waarop ieder huwelijk geregisteerd zal staan.
Kunstenares Yang Jing die in 1996 afstudeerde aan de kunstacademie in Peking liet zich door het typische Chinese boterbriefje inspireren.
Haar kunstwerk heet “dubbel geluk” en hangt dit weekeinde in het China World Center (guo mao) waar dit weekeinde de vierde China International Gallery Exhibition plaatsvindt.