Een interview met Barroso
Het interview met José Manuel Barroso dat afgelopen zaterdag in de krant stond is een van de lastigste dingen die ik in de journalistiek heb gedaan. De tijd die je krijgt met dit soort mensen is kort. En ze zijn niet gewend zich te laten onderbreken. Barroso zie ik regelmatig van enige afstand in Brussel – hij formuleert goed, maar lang. Hij vertelt vaak ongeveer hetzelfde en nooit iets persoonlijks. Ik zou hem interviewen in Japan, tijdens de G8. In die reis had ik veel zin, maar ik zag er tegelijkertijd ook tegen op. Mijn hoop was dat het tijdens zo’n reis makkelijker zou zijn een origineel verhaal te maken dan in Brussel.
Het had weinig gescheeld of er was helemaal geen interview gekomen. Dat had veel te maken met de absurde veiligheidseisen van de Japanse organisatie, waarover ik voor de krant dit stukje schreef. Eén dag duurde het ruim twee uur om een reis van 30 kilometer door beveiligd gebied af te leggen, waardoor Barroso al weer aan zijn diner met Bush e.d. zat. Een andere dag was er voor me geregeld dat ik nog een keer naar het hotel met de wereldleiders zou gaan, en dan een lange reis met de Commissie-voorzitter terug zou maken naar het vliegveld – lang genoeg om rustig te praten. Commissie-medewerkers hadden uren voor me zitten bellen om het te regelen. Alles leek rond. Maar helaas, het mocht ten slotte niet van de Japanners. Die wilden geen interviews met leiders in de uren voordat de Japanse premier Fukuda een persconferentie zou geven. Ook niet als dat interview over Europa zou gaan. Lees verder »


Abonneer je