*

Beet » Google’s afluisterplan :: nrc.nl

Google’s afluisterplan

schema.GIFBeet is van mening dat Google zijn motto ‘Do no evil’ redelijk gehoorzaamt. Maar soms vraag je je af… Twee onderzoekers van Google hebben, samen met een Israelische wetenschapper, een afluistertechniek voor de huiskamer ontwikkeld. Op de conferentie voor interactieve televisie waar ze over hun werk vertelden hebben ze zelfs de prijs gekregen voor de beste presentatie.

Hoe werkt dat en wat is de bedoeling? In tegenstelling tot GeenStijl heeft Beet zich verdiept in de publicatie van het drietal (waarnaar, het zij eerlijkheidshalve gezegd, GeenStijl ook linkt). De techniek gaat uit van een pc in de huiskamer waarop een microfoon is aangesloten. Uit de klanken in de kamer wordt het geluid van de tv gefilterd. Dit wordt vergeleken met een database van uitgezonden programma’s en volgens de bedenkers gaat alleen het resultaat van deze vergelijking via internet de deur uit.

schema.GIF

De aanbieder van het systeem weet dus, als je de onderzoekers mag geloven, alleen waarnaar de kijker kijkt. Wat moet hij met die informatie? Volgens het Google-team kun je daar leuke diensten op baseren. De kijker kan bijvoorbeeld in staat gesteld worden kleren te kopen bij de leverancier van de acteurs of presentatoren in het lopende programma. Dit gaat dan via het scherm van de pc, die immers toch aanstaat en met internet is verbonden. Weldenkende mensen vinden dit, evenals Beet, kolder. Maar er is ook publiek voor home-shoppingkanalen als TellSell, dus deze vorm van impulswinkelen is zeker levensvatbaar.

Ander voorbeeld: je kunt mensen in contact brengen met liefhebbers van hetzelfde programma. Dit is iets dat Beet wél begrijpt. ‘Communities’ van geestverwanten, dat is zo ongeveer de definitie van internet. Zulke mensen met elkaar in contact brengen, en ze dan een abonnementsgeld afhandig maken of ze op basis van hun interesse verder met aanbiedingen bestoken, ook dat is een bewezen markt.

Verder kan Google zo kijkcijfers verzamelen en verkopen. Kijkcijfers zijn tot nu toe (in Nederland) het domein van de Stichting Kijkonderzoek, op basis van metingen bij een verzameling vrijwillige proefpersonen. De aanbieders van digitale televisie als Casema, UPC en KPN zijn sinds kort ook in staat om dergelijke cijfers te verzamelen, maar dan door het feitelijke gedrag van hun complete klantenbestand in kaart te brengen. Google heeft nu een methode die een buitenstaander ook feitelijk kijkgedrag laat meten, en die dit ook mogelijk maakt bij ouderwetse analoge televisie. Programmaleiders en adverteerders doen een moord voor goede statistieken over het zapgedrag van de massa, en van onderscheiden doelgroepen.

De onderzoekers van Google proberen links en rechts elementen van fatsoen in te bouwen. Zo wordt de audio-informatie zelf niet verzonden en wordt geen aandacht besteed aan de conversaties in de huiskamer (het zou een heel andere techniek vergen om die werkelijk af te luisteren; dat is echt wat anders dan het herkennen van het geluid van één programma uit een paar honderd mogelijkheden). En er is ook een ‘dodemansknop’ waarmee de gebruiker thuis het systeem tijdelijk kan uitschakelen. Maar Google zou zijn fatsoen geleidelijk kunnen verliezen; een ander bedrijf zou het systeem op een minder fatsoenlijke manier kunnen installeren; iemand zou het systeem kunnen hacken; de overheid of de politie zou het gebruik van het systeem of van de gegevens kunnen opeisen.

Eén ding is zeker: de consument kan zelf beslissen of hij een dergelijk systeem in huis haalt. Als Google het zou willen commercialiseren (het is nog maar een onderzoekproject) zullen ze het héél aantrekkelijk moeten maken, want iedereen is vrij om het niet in huis te halen. Maar wie griezelt van een dergelijk toekomstperspectief moet zich realiseren dat het nu al – minus de microfoon – realiteit is bij de abonnees van digitale televisie.