Kredietcrisis geeft de overheid een nieuw sturingsinstrument
Als de overheid met miljarden gemeenschapsgeld de financiële sector te hulp schiet, kan zij ook trachten andere maatschappelijke problemen op te lossen, stelt Niels Koeman.
De crisis op de financiële markten heeft wereldwijd geleid tot overheidsingrijpen. In sommige gevallen kwamen bedrijven volledig in overheidshanden. De koop door de Nederlandse Staat van de (aandelen van de) Nederlandse Fortis activiteiten geeft daarvan een goed voorbeeld. In andere gevallen wordt de overheid geen aandeelhouder, maar wordt geld uitgeleend of worden garanties verstrekt. Te verwachten is dat de interventies van de overheden in binnen- en buitenland nog niet zijn voltooid, maar dat nog verdere acties in het verschiet liggen. Zo wordt in de Verenigde Staten steun aan de automobielindustrie niet uitgesloten.
Omdat de financiële crisis de landsgrenzen overstijgt en nationale maatregelen vaak geen soelaas bieden, is plotseling ook een vorm van internationale samenwerking tot stand gekomen, die kort geleden ondenkbaar zou zijn geacht. De gelijktijdige renteverlaging van de ECB en de Fed is daarvan een voorbeeld, evenals het Europese garantiestelsel, dat in de VS lijkt te worden gevolgd.
Opvallend is dat de nieuwe activistische overheidsrol in brede kring instemming krijgt. Niet alleen bij degenen die altijd al een sturende rol voor de overheid bepleitten, maar ook bij ondernemers en voorstanders van een vrije markt klinkt nu applaus voor de pogingen van overheden om het financiële stelsel overeind te houden. Het toezicht op de financiële markten moet worden versterkt en internationaal worden georganiseerd, zo wordt betoogd. De term ‘Internationale Financiële Autoriteit’, al dan niet als opvolger van het IMF, is al gevallen.
De vraag doet zich voor of de nieuwe rol van overheden in het bedrijfsleven mogelijkheden biedt om naast de directe steun ook andere beleidsdoelstellingen van de overheid te dienen. Anders gezegd: kan de overheid als aandeelhouder, als verstrekker van leningen of van garanties ook algemene belangen dienen, die verder strekken dan de continuïteit van de betrokken onderneming of het financiële stelsel in algemene zin?
Het is legitiem deze vraag te stellen. De steun aan het financiële stelsel vergt miljarden aan gemeenschapsgeld, die uiteindelijk door de belastingbetaler zullen moeten worden opgebracht. Dan is er reden om na te denken over de mogelijkheden om met al die collectieve middelen niet alleen de kredietcrisis te bestrijden, maar tegelijkertijd te trachten andere maatschappelijke problemen op te lossen. Juist bij steun aan de financiële sector bestaan daartoe mogelijkheden, omdat banken in hun rol van kredietverstrekker grote invloed kunnen uitoefenen bij andere bedrijven.
Zou het denkbaar en juridisch haalbaar zijn wanneer de Amerikaanse overheid, die thans voor bijna 80 procent aandeelhouder is van het grote verzekeringsconcern AIG, vanuit die rol als aandeelhouder tracht te komen tot een ziektekostenverzekering die ook toegankelijk is voor de laagste inkomensgroepen in de VS? Zou het mogelijk zijn dat de Nederlandse staat, als 100 procent aandeelhouder van ABN AMRO, in die rol tracht de financierbaarheid van duurzame energieprojecten, zoals de bouw van windmolenparken, te vergroten door het hanteren van lagere rentepercentages voor dergelijke investeringen?
Het juridische antwoord op dergelijke vragen is genuanceerd, maar niet pertinent ontkennend. Om te beginnen zal onderscheid gemaakt moeten worden tussen de positie als aandeelhouder en die van verstrekker van leningen of garanties. Wanneer een krediet- of garantiefaciliteit voor bepaalde bedrijven wordt opengesteld kan de overheid in dat kader ongetwijfeld voorwaarden stellen, maar die zullen algemeen toepasbaar moeten zijn en primair betrekking moeten hebben op de lening of de garantie. Niet valt uit te sluiten dat dergelijke algemene voorwaarden zien op bijvoorbeeld milieuverslaglegging of beloningsstructuur, doch verdergaande eisen gericht op specifieke algemene belangen zullen in beginsel niet gesteld kunnen worden.
Het verstrekken van kredieten of garanties moet in bepaalde gevallen worden aangemerkt als de verlening van subsidies als bedoeld in Algemene wet bestuursrecht. Dat heeft verstrekkende consequenties omdat die wet tal van eisen aan subsidieverlening stelt en rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstelt tegen subsidiebesluiten. De wet bepaalt voorts dat aan de subsidieverlening slechts verplichtingen kunnen worden verbonden die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Het behartigen van externe algemene belangen zal dus niet mogelijk zijn.
In de rol van aandeelhouder zal meer invloed op het beleid van de onderneming uitgeoefend kunnen worden. Dat is in het bijzonder het geval wanneer de overheid 100 procent van de aandelen houdt en er dus geen sprake is van minderheidsaandeelhouders, met de belangen waarvan ook rekening moet worden gehouden. Steeds zullen enkele algemene randvoorwaarden in acht genomen moeten worden. In de eerste plaats zal van een verstoring van concurrentieverhoudingen met andere bedrijven op dezelfde markt geen sprake mogen zijn. In de tweede plaats geldt dat een onaanvaardbare doorkruising van bestaande of mogelijke wet- en regelgeving vermeden zal moeten worden. Ook mag geen sprake zijn van verboden staatssteun. Verder dient steeds het vennootschapsrechtelijke belang in het oog gehouden te worden. Dat betekent dat doelstelling van de organisatie, zoals formeel neergelegd in de statuten, in acht genomen zal moeten worden en dat de continuïteit niet gevaar mag worden gebracht.
Binnen die randvoorwaarden lijkt het zeer wel mogelijk om als aandeelhouder niet alleen de vennootschap te dienen, maar ook algemene belangen te bevorderen. In dat licht bezien is er reden om, wanneer opnieuw overheidssteun voor een individueel bedrijf aan de orde is, bij voorkeur te kiezen voor de rol van aandeelhouder of op een andere wijze specifieke invloed op het beleid van de onderneming te bedingen, zoals het geval was bij de steunoperatie aan ING. Dan heeft de overheid een nieuw sturingsinstrument, dat ontbreekt wanneer de overheid uitsluitend leningen of garanties verstrekt.
Ook bij de bestrijding van de kredietcrisis zijn er dus politieke keuzes te maken. Kiest de overheid voor de rol van aandeelhouder of niet? En wanneer de overheid voor de rol van aandeelhouder kiest, welke invulling wordt aan die rol gegeven en welke beleidsdoelstellingen worden daarbij betrokken? Tot op heden zijn die vragen in het politieke debat nog te weinig aan de orde gekomen.
Hiervoor sprak ik over de internationale samenwerking ter bestrijding van de kredietcrisis en over de mogelijkheid van een internationale financiële toezichthouder, die wellicht ook financiële steun zou kunnen toekennen. Indien het zover zou komen dat daarover een verdrag tot stand komt, wordt het zeer aantrekkelijk daarbij ook andere mondiale problemen, zoals de klimaatcrisis en de verdeling van voedsel over de wereld, te betrekken. Het wereldwijde financiële toezicht zou dan het vehikel kunnen vormen om ook andere grensoverschrijdende vraagstukken dichterbij een oplossing te brengen. Dan wordt van de nood een deugd gemaakt.
Prof. Mr. N.S.J. Koeman is advocaat te Amsterdam, hoogleraar milieurecht aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de VROM-raad.



zaterdag 25 oktober 2008, 12:26 uur
De Overheid dient alle publieke diensten te betalen.
Dit kan zonder belastingen te heffen.
Hoe komt de Overheid aan haar geld?
Omdat geld fiduciair is kunnen we de zon beschouwen als een grote diamant, licht wordt dan als hypothese verzilverd. Wie het licht vertrouwt begrijpt zichzelf.
Hierdoor ontstaat een natuurlijke, bloeiende economie, die ten dienste staat voor de mens.
Geld dient een middel te zijn.
Een beter fiduciair systeem, dan dit, bestaat er niet.
Ook kan met dit systeem een basisinkomen worden gerealiseerd, zodat armoede uit de wereld kan worden geholpen.
Met dit systeem kan de mens beter tot ontplooing
komen en daar gaat het om.
Het ei van Columbus om belastingen af te schaffen.
Wat je verdient mag voor 100% worden behouden.
De optimale balans tussen liberalisme en socialisme.
zondag 26 oktober 2008, 11:40 uur
Eerst heeft de politiek de mogelijkheid geschapen om te geloven, dat de bomen de hemel ingroeiden. Controle op financiele instellingen bestond er niet. Oplichting, misleiding en onrechtmatige verrijking werden toegestaan, in plaats van voorkomen. Dat de politiek, die al deze misstanden liet bestaan, nu dient te conrrigeren en mee moet helpen de rommel op te ruimen lijkt duidelijk. Bepaalde zaken dienen onder het strafrecht te gaan vallen: een duidelijke taak voor de overheid, evenals de vervolging van deze witte-boord criminaliteit.
Maar banken beheren is geen overheidstaak.
Waar ik angst voor heb, is dat nu de politici zich rijk gaan rekenen. En ze willen de “goodwil” incasseren door andere stokpaardjes te gaan bereiden. Ze bereiden zich voor op een “nieuwe” economie. Hiermee zijn de voorwaarden voor een volgende luchtballon geschapen: nu politici -”nu ik de baas ben” volgens W. Bos- zich rijk gaan rekenen. De beslissing om voor 100.000 euro garant te staan voor alle spaarders kan straks mogelijk alleen met hoge inflatie betaald worden. Als de 100.000 euro nog maar enkele euro waard is, kan deze garantie mogelijk uitbetaald worden.
Het hier te bediscuteren stuk zie ik als aanhaken aan de nieuwe luchtballon, door de volgende geldverslindende plannen op te gooien, te betalen door het staatstoezicht op de banken. Tel uit je winst, maar ik vrees neem je verlies.
zondag 26 oktober 2008, 21:30 uur
De overheid maakt allang gebruik van het aandeelhouderschap om maatschappelijke doelen te realiseren. Het probleem is dus niet of het kan; dat is gebleken. Een goed voorbeeld is het het milieubeleid. De energiebedrijven (100% overheid) bieden steun bij energiebesparende maatregelen, zoals isolatie. Een normaal in de markt functionerend bedrijf zou dat nooit zo doen. Maar er is een wel probleem: Wie betaalt nu eigenlijk mee aan wat? Mijn voorkeur gaat daarom toch uit naar een besluit in de Kamer, en betaling uit de algemene middelen. Dat houdt de boel transparant.
maandag 27 oktober 2008, 16:50 uur
Mij dunkt, eerst maar eens de reeds bestaande problemen die door de banken en verzekeraars zijn veroorzaakt opruimen.
Dat betreft dan de nog immer bestaande aandelenlease-affaire, waarin nog enkele collectieve en mogelijk nog vele tienduizenden claims op het bord van partijen als Aegon en Fortis liggen. Het betreft ook de woekerpolis-affaire waarin bijna 5 miljoen polishouders ”in dwaling” werden gebracht door zo’n 60 beleggingsverzekeraars en zij een gezamelijke schade van zo’n 30 miljard veroorzaakten.
donderdag 3 september 2009, 16:36 uur
Wat mij het meeste opvalt is de kille wijze waarop dit kabinet onze centen verdeeld met de crisis als excuus.
Het is mij duidelijk geworden dat uitkeringsgerechtigden wederom zwaar worden gepakt.
De enorme financiële ellende die daarmee veroorzaakt wordt in deze groep is met geen pen te beschrijven!
Nu het CPB achteraf de verkeerde berekening heeft gemaakt met het enorme verschil van 6% (en zich schoonpraat met slappe excuses een een boekje) is het helemaal vreemd dat dit kabinet steeds aan deze toko lieert.
Ook de insteek van CPB en kabinet het flexwerken als zaligmakende oplossing blijkt grote werkeloosheid onder deze groep in de hand te werken.
Flexwerkers hebben geen poot meer om op te staan.
Dus hou eens op met al teveel getheoretiseer maar kijk ook naar de thuissituatie van al deze slachtoffers!