Hoe kies je een taxi in Bagdad?

Archiefbeeld uit Camp Victory. (Foto AFP)
Hoe denkt de soldaat in de wachttoren? Hoe denkt de man die daar zit dag in dag uit met de opdracht de bomauto’s buiten te houden? Er rijden dagelijks honderden auto’s door de poorten van Camp Victory, de grootste legerbasis in het Midden-Oosten. En bij elk voertuig maakt die man in de geschutskoepel de keuze: laat ik hem door, of niet.
Vanochtend liepen wij in zijn vizier. Dat is een moment van grote nederigheid. Hij, hoog boven in zijn gepantserde uitkijktoren. Wij, te voet in de zinderende hitte, onderdanig de badges omhoog houdend zodat hij, ruim een halve kilometer verderop, met een telelens naam en foto kan zien. Het is een moment tussen mens en machine. Je ziet hem niet. Je hoort alleen zijn vervormde stem door de luidsprekers aan het einde van de betonnen schacht. Stap voorwaarts. Dichterbij. Nog iets dichterbij. Tijdens het geschuifel gaan de ogen naar beneden, naar het vuil op de grond.
Ik zie lege hulzen van 60 millimeter dik in het gras liggen. Er wordt hier tussen die betonnen muren dus geregeld geschoten. Op wie? Wanneer? Hoezo?
Het was stipt om negen uur dat we ons meldden bij de poort. Zoals afgesproken met de sergeant in het perscentrum van het Amerikaanse leger. De poortwachter laat zijn ogen gaan over de lijst met namen van de gasten die rond dit uur worden verwacht. Hij bestudeert de namen op onze badges. Hij draait zich om en praat door zijn walkietalkie. Weer die stem van de machine over de radio. ” If they are not on the list, they are not coming in.” De korporaal haalt verontschuldigend zijn schouders op. We hebben gehoord wat de machine zei. We komen er niet in.
We grijpen naar de mobiele telefoon om het accreditatiecentrum te bellen, maar rond alle militaire bases in deze stad wordt het signaal geblokkeerd. Onze chauffeur is ook verdwenen. Ook hij is niet te bellen. Dit is de ironie. De Amerikaanse gevechtstroepen verlaten hun basis, en wij willen naar binnen maar mogen niet.
De soldaten sturen ons weg, weg van hun beveiligde basis en hun pantser, in de richting van de stad die ze zo vrezen. Met onze kogelwerende vesten in de hand lopen we naar een busstation. Iedereen kijkt. We zeggen niets tegen elkaar maar denken hetzelfde: niet goed dit. Niet goed. De telefoon heeft nog altijd geen bereik. Een SUV komt op ons afgereden. Zes mannen er in die ons uitgebreid bestuderen. Hij stuift weg. En komt dan terug gereden, traag. Niet goed.

Een politieagent regelt het verkeer in Bagdad. (Foto Reuters)
De gele taxi’s bij de bushalte zijn nu de enige optie. Maar hoe kies je een taxi in een stad waar de lijst van groeperingen die een westerling willen ontvoeren oneindig is? Niet goed. We kiezen de jongste chauffeur van het stel, een tiener die onhandig uit zijn ogen kijkt.
Onze veiligste gok. Hij rijdt de stad binnen. Tolk Esmeralda van Boon, kalm als altijd, belt het kentekennummer van zijn taxi door naar haar Iraakse vrienden zo gauw we weer bereik hebben. Meer kunnen we nu niet doen. De jongen kent de weg niet. Esmeralda wel. Dan ineens kijken we in de lachende gezichten van de vijf bewakers voor de muren rond een van de hotels die nog overeind staan. Blij hen te zien. Dit is goed.
Even gebeld met de sergeant op het accreditatiecentrum. “Oh stond de naam niet op de lijst? Mijn verontschuldigingen.” Dat is wat ze zei. “Mijn verontschuldigingen.”




De reis van Bram Vermeulen naar Bagdad heeft resulteerd in een vijftal artikelen die in NRC Handelsblad zijn verschenen. 
Bram Vermeulen (1974) is correspondent voor NRC Handelsblad, nrc.next en nrc.nl in Turkije. Daarvoor was hij correspondent in Zuidelijk Afrika. Hij werkt ook voor de NOS en de Wereldomroep. 
zaterdag 28 augustus 2010, 13:47 uur
In de tachtiger jaren toen ik in west Beiruth woonde, zat in ons tussenstraatje nabij de Rue Hamra altijd een man op op straat op een caféstoeltje met een colbertje aan en tussen zijn broekband onder het colbertje op zijn rug een enorm pistool gestoken. Dit gedeelte van west Beiruth werd beheerst door de Druzen. Hij hield alle verkeer in de gaten dat het tussenstraatje inreed en bij een hem onbekende auto of personen liep hij er onmiddellijk naartoe om te bekijken wat voor vlees hij in de kuip had. Dit uit vrees voor het parkeren van bomauto’s. Als je vanuit je appartement met aggregaat ( de stroom was volledig uitgevallen en ‘s avonds kon je uit de appartementen het ronken van de aggregaten horen ) een taxi nodig had, liep je naar beneden en maakte de man het teken “even wachten “( alle vingers van de rechterhand naar elkaar toe gebogen tot een punt waarmee hij dan zachtjes wiegde). Hij liep dan vooruit naar de Rue Hamra om een taxi aan te houden van de militie waartoe hij behoorde en onder wiens bescherming je stond. Als hij er een aangehouden had, wenkte hij naar jou met het bekende gebaar van “komen ” in het MO, niet op de westerse manier maar met de rechterhand naar je toe gestoken en de vingers met de handpalm naar beneden gericht heen en weer van omhoog naar beneden te bewegen. In die taxi kon je dan instappen en veilig naar je bestemming rijden. Dit uit vrees voor ontvoering. Al deze voorzichtigheid voorkwam niet een aanslag met een bomauto in de Rue Hamra. Omstreeks dezelfde tijd dat president Muawad bij een aanslag om het leven kwam.
De fronten van de winkels waren afgeschermd met opgestapelde olievaten vol zand en hoge lagen zandzakken om aanslagen met handgranaten en machinepistolen uit voorbijrijdende auto’s te pareren. Oost en West Beiruth waren gescheiden door een niemandslandstraat vol met kapotgeschoten auto’s die er al jaren stonden, puin en kapotgeschoten gevels van bank- en kantoorgebouwen waar de gordijnen naar buiten waaiden. Je kon de andere ( christelijke) oostkant van Beiruth met de grootste voorzichtigheid onder uiterste dekking bespieden vanuit een aan puin geschoten kantoorgebouw uit vrees voor snipers. De overgang van west naar oost was nabij de Hippodrome waar je lopend overheen ging om aan de andere ( christelijke ) kant een andere taxi te nemen. En daar was het inderdaad een gok.
Constant stress door voortdurend alert zijn. Een voetstap was geen automatisme maar een weloverwogen handeling . Toch een waardevolle tijd.
zaterdag 28 augustus 2010, 14:39 uur
Ach man, zeur niet zo. Als je geen taxi durft te nemen en op je hotel in Bagdad wilt blijven moet je maar journalist bij De Gelderlander worden en berichten a la “Basisschool Regenboog bestaat nu 30 jaar” schrijven.