Archief voor: augustus 2010


Elke dag zoeken naar accommodatie

De stad loopt leeg. Niet alleen de Amerikaanse gevechtssoldaten vertrekken. Ook de journalisten, hun helpers, de hulpverleners. Bagdad heeft ze niet meer nodig. Bagdad heeft genoeg aan zichzelf nu. Bagdad wil op zijn eigen benen staan. Wankel, maar wel zijn eigen benen.

Hotel Al Rashid in Bagdad, in 2002. (Foto Bloomberg)

Hotel Al Rashid in Bagdad, in 2002. (Foto Bloomberg)

Nergens voelen we dat zo sterk als in onze zoektocht naar geschikte accommodatie. Die zoektocht hield niet op, tot de laatste dag. Het verhaal over het gestuntel onderweg is er een dat je liever pas vertelt als je weer veilig thuis bent. Bagdad heeft een vijftal vooraanstaande hotels, die tijdens de oorlogen van de afgelopen twintig jaar faam verwierven. Het Palestine, het Ishtar Sheraton, Al Rashid, het Babylon en Al Hamra. Zij zijn voor westerlingen de ankers van deze stad. Maar in het vooruitzicht van de Amerikaanse terugtrekking sloten de meesten hun deuren.

De Iraakse regering stelt liefst 300 miljoen dollar beschikbaar om de hotels te renoveren in de aanloop van de Arabische Top, begin volgend jaar. Er zijn er maar weinig in Bagdad die begrijpen waarom de Arabische leiders uitgerekend deze hoofdstad kozen voor hun jaarlijkse bijeenkomst. Of hoe hun lijfwachten denken al die leiders weer veilig thuis te krijgen in deze magneet voor zelfmoordterroristen.

Lees verder »

Hoe kies je een taxi in Bagdad?

Archiefbeeld uit Camp Victory. (Foto AFP)

Archiefbeeld uit Camp Victory. (Foto AFP)

Hoe denkt de soldaat in de wachttoren? Hoe denkt de man die daar zit dag in dag uit met de opdracht de bomauto’s buiten te houden? Er rijden dagelijks honderden auto’s door de poorten van Camp Victory, de grootste legerbasis in het Midden-Oosten. En bij elk voertuig maakt die man in de geschutskoepel de keuze: laat ik hem door, of niet.

Vanochtend liepen wij in zijn vizier. Dat is een moment van grote nederigheid. Hij, hoog boven in zijn gepantserde uitkijktoren. Wij, te voet in de zinderende hitte, onderdanig de badges omhoog houdend zodat hij, ruim een halve kilometer verderop, met een telelens naam en foto kan zien. Het is een moment tussen mens en machine. Je ziet hem niet. Je hoort alleen zijn vervormde stem door de luidsprekers aan het einde van de betonnen schacht. Stap voorwaarts. Dichterbij. Nog iets dichterbij. Tijdens het geschuifel gaan de ogen naar beneden, naar het vuil op de grond.

Ik zie lege hulzen van 60 millimeter dik in het gras liggen. Er wordt hier tussen die betonnen muren dus geregeld geschoten. Op wie? Wanneer? Hoezo?

Lees verder »

Zappen kan nu niet

Het besef kwam pas uren later, toen we al weer binnen waren, achter hoge muren en bewakers. Dat alles was gebeurd in precies die twee uren waarin we onze tocht maakten door Bagdad, langs de Tigris, langs de talloze wegversperringen, naar onze afspraken en weer terug. In Bagdad. In Mosul. In Kut. In Basra. In Kirkuk. In Balud Ruz. In Falluja. In Muqdadiya. In Ramadi. Aanslagen op dertien plaatsen in het land. Van noord tot zuid. Meer dan vijftig doden. Een bom achter op een vrachtwagen in Bagdad was zo krachtig dat grote delen van een politiebureau als een taart zijn ingestort, bovenop de agenten en gedetineerden. Je zou denken dat je zo’n klap wel zou horen. We hoorden niets.

Bagdad, 25 augustus. Foto Reuters

Bagdad, 25 augustus. Foto Reuters

Toen het nieuws ons eenmaal bereikte, op de redactie van een tv-station ergens in een ondergrondse bunker overheerste vooral het besef van machteloosheid. Daar waren we, in het midden van de stad die het nieuws brak op alle internationale nieuwszenders, en we hadden er niets van gezien. Sterker: we konden er nu niks meer van zien. Iedereen zei: je blijft binnen. ,,Als ze dit voor elkaar krijgen voor het middaguur, dan staat ons nog wat te wachten voor de namiddag.’’

Zo onder de grond, te midden van de mensen die wonen in deze stad, is er op dat moment niets wat belangrijker lijkt in de wereld. Iedereen moet straks weer naar huis, in datzelfde verkeer, langs de wegversperringen van de politie waar de terroristen zich op deze dag aan verlekkerden. Reporters rennen binnen met de laatste beelden van de aanslagen. Redacteuren puzzelen op de vraag van het waarom. Lees verder »

Saddams paleizen ruiken naar hamburgers

Amerikaanse soldaten die vorige week Irak hebben verlaten. (Foto AP)

Amerikaanse soldaten die vorige week Irak hebben verlaten. (Foto AP)

Deze stad beslaat twee werelden, die uit elkaar worden gehouden door betonnen muren, vier meter hoog, een meter dik. T-walls, in het jargon, omdat ze als een omgedraaide T de grenzen markeren tussen groene en rode zones, veilig en onveilig, levens die tellen, en levens die er niet toedoen. De Amerikanen beweren dat die eerste wereld spoedig ten einde komt. De laatste Amerikaanse gevechtstroepen hebben officieel Irak vorige week al verlaten. De zender NBC kreeg van het leger de eer om het live te laten zien: de verheugde soldaten die de grens met Koeweit overstaken in omgekeerde richting van de troepen die over dit zand het land in maart 2003 binnenmarcheerden. Mission accomplished.

In Irak zijn nog ongeveer 50.000 Amerikaanse militairen. (Foto AP)

In Irak zijn nog ongeveer 50.000 Amerikaanse militairen. (Foto AP)

De waarheid is dat er nog altijd zo’n 50.000 Amerikaanse soldaten in dit land zijn gestationeerd, op dezelfde legerbases, met dezelfde wapens, dezelfde pakken. Om te achterhalen hoe hun missie precies is veranderd moet je hun universum binnen, via schachten en sluizen waar alles dat uit andere wereld komt te boek staat als levensbedreigend. De stratosfeer daartussen wordt bemand door soldaten uit landen die weinig met deze oorlog te maken hebben: Oegandezen, Uruguayanen, die in gebrekkig Engels duidelijk maken dat alles af en uit moet: riemen, portemonnees. De mobiele telefoon is in deze stad de meest gebruikte afstandsbediening voor bommen, dus moet worden ontmanteld, batterij en sim-kaart eruit en achterlaten bij de ingang.

Dat is het moment waarop je Irak verlaat en de Verenigde Staten binnenstapt. Een van de voormalige paleizen van Saddam Hussein wordt door het leger gebruikt als accreditatiecentrum. Het verhaal gaat dat toen Saddam hier nog regeerde in al die paleizen op precies hetzelfde tijdstip het eten werd geserveerd, op alle dagen. Zodat niemand kon raden waar de president die avond zou overnachten. Nu hangt er de geur van gebarbecuede hamburgers, dreunt Amerikaanse rap door de speakers en roken soldaten sigaren in hun hangmat. Van de zinderende hitte naar kantoren met airconditioning, koppen verse koffie (extra large).

Tolk Esmeralda van Boon en ik tekenen voor de regels die gelden voor alle reporters die embedded gaan: u zult geen geheimen verraden die onze veiligheid in gevaar kunnen brengen. Dan geeft een boomlange soldaat de kledingvoorschriften voor een gepantserd konvooi naar de grootste legerbasis in het Midden-Oosten, Camp Victory. Kogelwerend vest, helm, oordoppen, handschoenen. ,,Maar we kunnen met onze eigen auto naar de basis komen’’, werpen we tegen. ,,Geen probleem.’’ De korporaal valt even stil. Het idee dat er daar buiten die muren gewone mensen rondrijden zonder kogelwerende vesten, in ongepantserde auto’s, schijnt haar volkomen vreemd, buitenaards, iets van een andere planeet. Ze bestudeert ons, alsof ze ergens onder die Hollandse haren horentjes verwacht. ,,Ja dat kan ook’’, zegt ze dan. Vreemdelingen.

Welkom terug in Bagdad

Alsof de stad met het verkeerde been uit bed is gestapt. In Bagdad is overal chagrijn. Op de luchthaven begint het al met de ambtenaar die iedereen die het in zijn hoofd haalde naar zijn land te reizen grommend ontvangt in zijn kantoor. Wie om zijn visum durft te vragen wordt met een snauw de deur gewezen.

Op de weg naar de stad vol betonnen barricades, machinegeweren, pantserwagens en straatvuil vangen we dezelfde blikken bij de soldaten en de agenten op hun geïmproviseerde wachtposten. Een chagrijn dat er vijf maanden geleden niet was.

Sommigen zeggen: het is de hitte. Vijftig graden rond het middaguur. Dat voelt alsof ze hete glassplinters strooien op je blote huid. Alsof de klep van de oven open is blijven staan, zo heet.

Fardoesplein in Bagdad. Foto Dirk-Jan Visser

Fardowsplein in Bagdad. Foto Dirk-Jan Visser

Sommigen zeggen: het is de ramadan en de hitte. De ramadan valt in de heetste maand van het jaar. De stad is chagrijnig van het vasten. Zelfs met vijftig graden mogen ze niet drinken. Maar niet iedereen vast. En iedereen is chagrijnig.

Dus zeggen ze: het is de politiek. De politiek die heel het land smeekte op 7 maart om te gaan stemmen voor een nieuwe regering. De Irakezen stemden. En iemand anders dan de zittende premier won de meeste stemmen. Maar vijf maanden later is er nog altijd geen regering. Irak lijkt Nederland wel. In een land waar de staat de belangrijkste werkgever is leidt die onzekerheid tot een levensgevaarlijk chagrijn. Milities zijn deze maand actiever dan ze in drie jaar zijn geweest. Ze vieren het vertrek van de laatste Amerikaanse gevechtstroepen met een reeks spectaculaire aanslagen. En de Iraakse machthebbers die het vacuüm moeten vullen zijn onzichtbaar, graven zich dieper in in hun onderhandelingen en hun machtspelletjes.

Lees verder »