
Amerikaanse soldaten die vorige week Irak hebben verlaten. (Foto AP)
Deze stad beslaat twee werelden, die uit elkaar worden gehouden door betonnen muren, vier meter hoog, een meter dik. T-walls, in het jargon, omdat ze als een omgedraaide T de grenzen markeren tussen groene en rode zones, veilig en onveilig, levens die tellen, en levens die er niet toedoen. De Amerikanen beweren dat die eerste wereld spoedig ten einde komt. De laatste Amerikaanse gevechtstroepen hebben officieel Irak vorige week al verlaten. De zender NBC kreeg van het leger de eer om het live te laten zien: de verheugde soldaten die de grens met Koeweit overstaken in omgekeerde richting van de troepen die over dit zand het land in maart 2003 binnenmarcheerden. Mission accomplished.

In Irak zijn nog ongeveer 50.000 Amerikaanse militairen. (Foto AP)
De waarheid is dat er nog altijd zo’n 50.000 Amerikaanse soldaten in dit land zijn gestationeerd, op dezelfde legerbases, met dezelfde wapens, dezelfde pakken. Om te achterhalen hoe hun missie precies is veranderd moet je hun universum binnen, via schachten en sluizen waar alles dat uit andere wereld komt te boek staat als levensbedreigend. De stratosfeer daartussen wordt bemand door soldaten uit landen die weinig met deze oorlog te maken hebben: Oegandezen, Uruguayanen, die in gebrekkig Engels duidelijk maken dat alles af en uit moet: riemen, portemonnees. De mobiele telefoon is in deze stad de meest gebruikte afstandsbediening voor bommen, dus moet worden ontmanteld, batterij en sim-kaart eruit en achterlaten bij de ingang.
Dat is het moment waarop je Irak verlaat en de Verenigde Staten binnenstapt. Een van de voormalige paleizen van Saddam Hussein wordt door het leger gebruikt als accreditatiecentrum. Het verhaal gaat dat toen Saddam hier nog regeerde in al die paleizen op precies hetzelfde tijdstip het eten werd geserveerd, op alle dagen. Zodat niemand kon raden waar de president die avond zou overnachten. Nu hangt er de geur van gebarbecuede hamburgers, dreunt Amerikaanse rap door de speakers en roken soldaten sigaren in hun hangmat. Van de zinderende hitte naar kantoren met airconditioning, koppen verse koffie (extra large).
Tolk Esmeralda van Boon en ik tekenen voor de regels die gelden voor alle reporters die embedded gaan: u zult geen geheimen verraden die onze veiligheid in gevaar kunnen brengen. Dan geeft een boomlange soldaat de kledingvoorschriften voor een gepantserd konvooi naar de grootste legerbasis in het Midden-Oosten, Camp Victory. Kogelwerend vest, helm, oordoppen, handschoenen. ,,Maar we kunnen met onze eigen auto naar de basis komen’’, werpen we tegen. ,,Geen probleem.’’ De korporaal valt even stil. Het idee dat er daar buiten die muren gewone mensen rondrijden zonder kogelwerende vesten, in ongepantserde auto’s, schijnt haar volkomen vreemd, buitenaards, iets van een andere planeet. Ze bestudeert ons, alsof ze ergens onder die Hollandse haren horentjes verwacht. ,,Ja dat kan ook’’, zegt ze dan. Vreemdelingen.